Institutioneel vastgoedbelegger Bouwinvest roept de Canadese overheid op om samen met Nederland te werken aan een wederkerig belastingregime voor pensioenfondsen. Volgens de belegger kan daarmee de weg worden vrijgemaakt voor miljarden aan nieuwe investeringen in onder meer woningbouw, infrastructuur en de energietransitie.
Bouwinvest is deze week in Ottawa om het voorstel onder de aandacht te brengen. Het huidige fiscale stelsel vormt volgens de belegger een belangrijke drempel voor Nederlandse pensioenfondsen die in Canada willen investeren. Op Nederlandse pensioengelden die in Canadese vastgoed- en infrastructuurprojecten worden belegd, kan een belastingdruk rusten van maximaal 26%.
Wederkerige regeling
Een wederkerige regeling zou Nederlandse pensioenfondsen meer ruimte geven om in Canada te investeren, terwijl Canadese pensioenfondsen juist gemakkelijker toegang krijgen tot de Nederlandse en Europese markt.
Bouwinvest is al actief in Canada en investeert onder meer in woningbouwprojecten in de regio Vancouver. Volgens ceo Mark Siezen kan een aangepast belastingregime dergelijke investeringen aanzienlijk opschalen. ‘Canada is een aantrekkelijke markt met sterke langetermijnfundamenten en wij willen onze aanwezigheid daar verder uitbreiden’, aldus Siezen. ‘Wat wij voorstellen is praktisch en wederzijds voordelig: een regeling die woningbouw ondersteunt, de economische banden tussen gelijkgestemde landen versterkt en nieuwe kansen creëert voor zowel Nederlandse als Canadese pensioenfondsen.’
Verhoging woninbouwproductie
Het voorstel komt op een moment dat Canada zoekt naar manieren om de woningbouwproductie te verhogen, de economie weerbaarder te maken en meer langetermijnkapitaal aan te trekken. Volgens Bouwinvest zijn pensioenfondsen vanwege hun lange beleggingshorizon bij uitstek geschikt om grootschalige investeringen in woningen en infrastructuur te financieren.
‘Canada en Nederland hebben de kans om te laten zien hoe een praktische, op regels gebaseerde economische samenwerking eruitziet’, zegt Siezen. ‘We zien nu al wat dit model in de praktijk kan opleveren. Met het juiste kader kunnen we veel meer doen.’
