Amsterdam: opkoopbescherming werkt

De opkoopbescherming die Amsterdam per 1 april 2022 heeft ingevoerd, is samen met landelijke maatregelen volgens de gemeente een effectief middel gebleken in de strijd tegen de wooncrisis. 

Uit een recente evaluatie van 2022 tot en met 2024 blijkt dat het aantal woningen dat wordt opgekocht voor verhuur (buy-to-let) fors is gedaald. 'Dit is goed nieuws voor Amsterdammers, en met name starters, die op zoek zijn naar een koopwoning om zelf in te wonen', meldt het college van B&W. 

Buy-to-let sterk geslonken

De opkoopbescherming verbiedt het verhuren van goedkope en middeldure koopwoningen gedurende de eerste vier jaar na aankoop. Uit de evaluatie blijkt dat buy-to-let, in 2020 nog goed voor 21% van de woningverkopen, in 2024 geslonken tot 3%. 'Van de woningen die direct onder de opkoopbescherming vallen, werd slechts 2% gekocht door verhuurders.' Dat heeft geleid tot een groter aanbod voor kopers en starters die de woning zelf willen betrekken. In 2024 veranderden daarnaast meer woningen van particuliere huur naar eigenaar-bewoning dan andersom (8.247 versus 3.440). 'Dit vergroot de kansen van met name starters op de koopmarkt.'

Geen verschuiving naar duurder segment

De vrees dat investeerders hun aandacht zouden verleggen naar woningen nét boven de grens van de regeling, bleek ongegrond. 'De evaluatie wijst uit dat dit niet is gebeurd. De grens van de opkoopbescherming wordt jaarlijks geactualiseerd met de WOZ-waarde, waardoor de goedkope en middeldure woningen beschermd blijven. Een uitbreiding van de grens naar 80% van de koopwoningvoorraad is juridisch niet mogelijk, aangezien de Huisvestingswet gemeenten enkel toestaat goedkope en middeldure woningen te beschermen.'

Eerder trok Rotterdam al positieve conclusies uit de ervaringen met de opkoopbescherming.