Zorg is Sexy

Dat ‘zorg’ sexy zou kunnen zijn bleek tot dusver slechts uit de onverwoestbare romantiek van de wereld van de witte jassen. De flow van adrenaline, drama en natuurlijk doctor Doug Ross (George Clooney in ER) vormde een bloeiend decor voor hoge kijkcijfers en onderbuiktinteling. In Nederland zorgt Joop van den Ende met vastgoedbedrijf Living City voor entertainment. Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 15

Dat ‘zorg’ sexy zou kunnen zijn
bleek tot dusver slechts uit de
onverwoestbare romantiek van
de wereld van de witte jassen. De flow van
adrenaline, drama en natuurlijk doctor
Doug Ross (George Clooney in ER) vormde
een bloeiend decor voor hoge kijkcijfers en
onderbuiktinteling. In Nederland zorgt Joop
van den Ende met vastgoedbedrijf Living
City voor entertainment.

Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 15


Dat ‘zorg’ sexy zou kunnen zijn
bleek tot dusver slechts uit de
onverwoestbare romantiek van
de wereld van de witte jassen. De flow van
adrenaline, drama en natuurlijk doctor
Doug Ross (George Clooney in ER) vormde
een bloeiend decor voor hoge kijkcijfers en
onderbuiktinteling. In Nederland zorgt Joop
van den Ende met vastgoedbedrijf Living
City voor entertainment. Gesuggereerd werd
in de media dat hij winst ziet in ontspanning
binnen het themapark van de zorgsector:
kuierend van ziekenhuis naar hotel
langs een gezellige zorgboulevard. Zorg lijkt
aantrekkelijk en winstgevend: zorg lijkt sexy.
Is Van den Ende een visionair? De vereenzelviging
van het traditionele monolithische
ziekenhuisgebouw met de daarin gehuisveste
zorgonderneming is al lang achterhaald.
Doelmatig en flexibel beheer en gebruik van
de huisvesting (zorgvastgoed) is cruciaal
voor overleving van de zorgonderneming.
Na invoering van de Wet Toelating Zorginstellingen
(WTZi) moet niet langer primair
worden gedacht vanuit de huisvestingsvorm
maar vanuit functie en visie. Concepten als
zorgboulevard en medical business park
vinden al toepassing. De begrippen zijn
echter niet heterogeen of eenduidig.
Zelfs het traditionele College Bouw onderscheidt
de drie elementen van zorgvastgoed:
hotelfuncties (verpleegafdelingen),
kantoorfuncties (zoals spreekkamers) en de
zogenaamde Hot Floor (behandelruimten),
allen op specifieke wijze te huisvesten en
te beheren. Een integrale en winstgevende
benadering kan dan zijn om functies zoals
een Albert Heijn toe te voegen. Je hebt
dan al snel ook zo’n zorgboulevard. Zulk
ongrijpbaar jargon mag echter niet alsnog
vormelijk uitgangspunt worden. Uitgangspunt
moet de vraagspecificatie van de
kernfunctie zijn: een financieel gezond en
levensvatbaar ziekenhuis.
Succesvolle voorbeelden daarvan worden
geleverd door private (beursgenoteerde)
zorgverleners als het Zweedse Capio en het
Duitse Rhön Klinikum AG, die niet alleen
het vastgoed maar ook de zorgondernemingen
zelf runnen. Rhön werkt klantgerichter
en efficiënter dankzij een strakke werkwijze,
een uitstekend logistiek- en inkoopsysteem
en een prestatiebeloning. De 95%
ziekenfondspatiënten kampen niet met
wachtlijsten. Rhön bezit 46 ziekenhuizen -
waaronder universitaire - met in totaal 5000
bedden waar jaarlijks 1,4 miljoen patienten
worden behandeld. In 2007 zal naar verwachting
€ 2 mrd omzet worden geboekt,
met een operationele winst van ruim 12%.
Met het investeringsbudget van € 250 mln
in 2007 worden nieuwe locaties opgestart
en moderne medische apparatuur aangeschaft
om nog meer efficiëntie. Met ruim
5% netto winstmarge en een rendement op
eigen vermogen boven de 15% behaalt Rhön
een uitstekend aandeelhoudersrendement.
Daarmee worden ruimschoots alle kapitaalkosten
goedgemaakt, die – anders dan in
Nederland – niet zijn verdisconteerd in het
ziekenfondsbudget. Ontegenzeggelijk illustreert
het de mogelijkheden van een veel
efficiëntere organisatie van het bedrijfsproces
in de Nederlandse zorgsector.
Ook recent onderzoek van Gupta Strategists
wijst dit uit. De totale nettowinst van alle
Nederlandse ziekenhuizen (circa 100) is in
2006 met 24% gezakt tot € 130 mln. Het
gemiddeld rendement lag vorig jaar iets
onder de 1%. Het toekomstig eigen risico
van vastgoedbeheer vergt echter een stevige
solvabiliteit van ziekenhuizen. Het onderzoek
leert dat kostenreductie achterblijft,
met name bij de inkoopkosten. Deze stegen
bij bijna veertig ziekenhuizen zelfs met
meer dan 10%. De zeggenschap van medische
stafafdelingen zou bijdragen aan een
versplinterd inkoopproces. Hoewel externe
expertise van private vastgoedbedrijven nu
al onontbeerlijk is voor de zorgsector, worden
daarom pas echt opwindende resultaten
behaald met een integrale aanpak door
private expertise vanuit de kern: de gehele
zorgonderneming, waarvan onlosmakelijk
onderdeel het vastgoed. Daarna komt pas
de periferie van een zorgboulevard.
Ten slotte: private investeerders mogen nu
vrij beslissen over besteding van boekwinsten
op zorgvastgoed, mits deze niet
weglekken naar de private sector. Zorgvastgoed
werd immers ooit gefinancierd
uit sociale verzekeringskassen Juridisch
interessant wordt nu wat precies zal worden
verstaan onder ‘zorgvastgoed’. Het College
Sanering (VWS) eigende zich tot nog toe de
niet op de WTZi gestoelde bevoegdheid toe
ook te beslissen over de vervreemding van
bijvoorbeeld aanleunwoningen, grasvelden
en parkeergarages, die niet via collectieve
middelen gefinancierd werden. Wat toekomstige
ontwikkelingen ook zullen brengen,
het zorgjargon is in ieder geval sexy: langs
de boulevard van Hot Floor naar hotel. Naar
ik hoop in goede gezondheid.