We wonen helemaal niet te groot maar juist hartstikke efficiënt

Nederlanders wonen helemaal niet buitensporig ruim en behoren juist tot de Europese koplopers als het gaat om efficiënt grondgebruik. Dat stellen Geurt Keers en Friso de Zeeuw in een analyse op Gebiedsontwikkeling.nu.

 

Volgens de auteurs berust de veelgehoorde stelling dat Nederlanders gemiddeld ‘11 vierkante meter te groot wonen’ op discutabele aannames en een onjuiste interpretatie van internationale cijfers.

Het idee dat de Nederlandse woningvoorraad te ruim is en daarom kleiner moet worden gebouwd, wint de laatste jaren terrein in beleidskringen. Vooral de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens en de vergrijzing worden aangevoerd als argument om meer compacte appartementen te realiseren.

Nuttig woonoppervlak

Keers en De Zeeuw zetten daar een ander beeld tegenover. Op basis van internationale statistieken concluderen zij dat Nederland in Noordwest-Europees perspectief juist relatief bescheiden woont. Volgens de eerder door hen aangehaalde Eurostat- en BZK-data beschikt de gemiddelde Nederlander over circa 41 m² nuttig woonoppervlak per persoon. Daarmee staat Nederland niet bovenaan, maar pas rond de middenmoot van Europa en onder meerdere welvarende Noordwest-Europese landen.

De auteurs wijzen erop dat eerdere cijfers van het CBS, waaruit zou blijken dat Nederlanders gemiddeld 65 m² per persoon tot hun beschikking hebben, in 2022 zijn gecorrigeerd na een rekenfout. Het feitelijke gemiddelde kwam daardoor aanzienlijk lager uit. Volgens Keers en De Zeeuw heeft die correctie onvoldoende doorwerking gekregen in het publieke debat.

Kleinste kaveloppervlakken

Minstens zo belangrijk vinden zij de discussie over ruimtegebruik. Waar grondgebonden woningen vaak worden neergezet als een belangrijke oorzaak van verstedelijking en aantasting van het landschap, laten internationale vergelijkingen volgens hen juist het tegenovergestelde zien. Nederland behoort tot de Europese landen met de kleinste kaveloppervlakken per woning.

Dat is volgens de onderzoekers het gevolg van een lange traditie van compacte stedenbouw, met smalle kavels, rijwoningen en geschakelde bouwvormen. Hierdoor wordt een relatief hoge woningdichtheid gerealiseerd zonder dat bewoners uitsluitend zijn aangewezen op appartementen.

Woonwensen van huishoudens

De auteurs plaatsen daarom vraagtekens bij beleid dat sterk inzet op kleine woningen. Volgens hen sluit dat onvoldoende aan op de woonwensen van huishoudens. Zo blijkt uit onderzoeken naar de woningmarkt dat de vraag naar eengezinswoningen groot blijft en goed is voor meer dan de helft van de uitbreidingsvraag.

Ook bij senioren is de behoefte aan ruimte volgens Keers en De Zeeuw groter dan vaak wordt aangenomen. Ouderen zijn doorgaans pas bereid hun eengezinswoning te verlaten als daar een kwalitatief goed en ruim alternatief tegenover staat, zoals een royaal driekamerappartement met buitenruimte in de eigen woonomgeving.

 

img
Adjunct-hoofdredacteur
Profiel