Vooral op het platteland stijgen de huizenprijzen: +30% in drie jaar

De gemiddelde woningwaarde in Nederland is in nog geen drie jaar met bijna 24% gestegen, van € 434.000 naar € 537.000. Het zijn inmiddels vooral Groningen en Drenthe die de sterkste prijsstijgingen laten zien.

Dat blijkt uit het kwartaalrapport over Q4 2025 van Calcasa. Na de dip in woningprijzen medio 2023, gingen de prijzen vooral in de stedelijke gebieden geleidelijk aan omhoog. Groot-Amsterdam noteerde in het derde kwartaal van 2023 met 4,5% de grootste stijging. Ook de regio’s Alkmaar en Het Gooi en Vechtstreek behoorden tot de snelste stijgers. Op gemeentelijk niveau was hetzelfde patroon zichtbaar. Amsterdam voerde de lijst aan, gevolgd door gemeenten als Amstelveen, Purmerend, Diemen en Haarlemmermeer.

Kijkend naar de hele herstelperiode sinds het derde kwartaal van 2023, is het beeld volgens de analisten van Calcasa duidelijk verschoven. De gemiddelde woningwaarde in Nederland steeg in deze periode met bijna 24 %, maar de grote steden behoren inmiddels niet meer tot de kopgroep. Sterker, Amsterdam is van alle gemeenten, de gemeente met de kleinste prijsstijging sinds de zomer van 2023. De gemiddelde woningwaarde steeg daar met 15% over de gehele periode en daalde in het afgelopen kwartaal met 0,7%. Ook Rotterdam blijft met bijna 19% duidelijk achter bij het landelijk gemiddelde en liet het afgelopen kwartaal een kleine daling van 0,1 % zien.

Daartegenover staan gemeenten als Midden-Drenthe, Noordenveld, Pekela en Tynaarlo. Hier stegen de prijzen het afgelopen kwartaal met meer dan 2%. Sinds het dieptepunt in het tweede kwartaal van 2023 bedraagt de totale prijsstijging daar bijna 30%. Daarmee ligt de prijsontwikkeling in deze gemeenten flink hoger dan in de grote steden in het westen van het land.

Groningen en Drenthe aan kop

Opvallende regio’s van het herstel zijn de sterke prijsontwikkelingen in Groningen en Drenthe. In de eerste herstelmaanden behoorden verschillende regio’s in de provincie Groningen al tot de kopgroep van regio’s waar de prijzen weer aantrokken. Daarna zette deze ontwikkeling door.

In 2025 lagen de sterkste kwartaalstijgingen veelvuldig in Oost-Groningen, Delfzijl en delen van Drenthe. De gemeente Groningen noteerde in de periode een prijsstijging van ruim 28%. Assen had ook een prijsstijging van ruim 28% en was daarmee de grootste stijger in Drenthe. Deze ontwikkeling zien we volgens Calcasa veel minder terug in andere randgebieden, zoals Zeeland en Zuid-Limburg. Hoewel daar ook sprake was van herstel, bleef het tempo duidelijk lager. In Zeeuws-Vlaanderen en Overig Zeeland was de prijsstijging sinds medio 2023 met respectievelijk 18% en 20% juist relatief beperkt.

Uitzondering Utrecht

Binnen de grote steden valt vooral Utrecht op als uitzondering. Amsterdam kende na de prijsdaling weliswaar een snel eerste herstel, maar bleef daarna duidelijk achter. Utrecht laat juist het tegenovergestelde beeld zien. De Domstad kende na de dip met name in 2024 een zeer krachtig herstel en is met afstand de sterkste stijger onder de grote gemeenten. Groot-Amsterdam laat over de hele herstelperiode de kleinste stijging zien van alle COROP-regio’s: ruim 1%. Daartegenover staat de regio Utrecht met een stijging van bijna 29%, gevolgd door Noord-Drenthe en Oost-Groningen met stijgingen van bijna 28%.

In ruim 62% van de 342 gemeenten was de prijsstijging in het tweede hersteljaar na het dieptepunt in 2023 groter dan in het eerste jaar. In de overige 38% van de gemeenten was juist het eerste hersteljaar sterker. De opleving was dus in de meeste gemeenten niet direct volledig zichtbaar, maar zette juist later sterker door.

In het eerste hersteljaar waren het vooral Utrecht en de omliggende gemeenten die opvielen. Utrecht zelf steeg in dat eerste jaar met ruim 17 %, terwijl ook Nieuwegein, Amersfoort, Veenendaal, Baarn en Soest zeer sterk presteerden. In het tweede hersteljaar verschoof het zwaartepunt verder naar gemeenten buiten de grote stedelijke kern. Gemeenten als Culemborg, Tiel, Borger-Odoorn, Aa en Hunze, Buren en West Betuwe voerden toen de ranglijst aan. Ook veel Groningse en Drentse gemeenten stegen in die periode sterk.