De provincie Utrecht heeft in haar ontwerp voor het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2026 ruimte aangewezen voor 124.320 woningen en 18,9 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen.
In vergelijking met het vorige Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW) zijn er nieuwe uitbreidingslocaties voor woningbouw opgenomen. Het gaat om de gemeenten Leusden, Soest, Woudenberg, Renswoude, Houten, Montfoort, Vijfheerenlanden, Woerden en Zeist. Het PPWW is een tweejaarlijks programma waarin de provincie samen met gemeenten en regio’s plannen maakt voor de ontwikkeling van woningen en bedrijven. De geplande 124.320 woningen en 18,9 ha aan bedrijventerreinen staan tot en met 2040 in de planning.
Gedeputeerde Ruimte Ontwikkeling In Utrecht Huib van Essen: ‘Het ontwerp PPWW26 laat zien waar we ruimte hebben gevonden voor woningbouw en voor bedrijven in onze drukke provincie. Samen met gemeenten hebben we zorgvuldige keuzes gemaakt en rekening gehouden met de bereikbaarheid én de kwaliteit van onze leefomgeving. Het is belangrijk dat iedereen nu zijn of haar mening kan geven over deze toekomstplannen.’
Stikstof en Natura 2000
De meeste nieuwe woningen komen binnen bestaande steden en dorpen. Daarnaast zijn er enkele nieuwe uitbreidingslocaties voor woningbouw gevonden. Het programma zet ook nadrukkelijk in op duurzaamheid en circulariteit, met aandacht voor betaalbare woningen, energiezuinige bouw en kansen voor duurzame energie op bedrijventerreinen.
Tevens is er een passende beoordeling uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat het programma mogelijke effecten kan hebben op verzuring/vermesting in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofuitstoot. Voor alle uitbreidingslocaties die in het PPWW26 worden opgenomen dient de gemeente nog aanvullend onderzoek op dit vlak uit te voeren.
Op dit moment wordt geen van de beoordeelde locaties onuitvoerbaar geacht vanwege het effect op Natura 2000-gebieden, meldt de provincie. ‘Er zijn wel risico’s maar met voldoende mitigerende maatregelen is het mogelijk om de locaties opgenomen in het programma te realiseren. Daarbij komt het ook voor dat door transformatie vaak ook stikstofbronnen verdwijnen.’
