Starters profiteren van lagere overdrachtsbelasting: meer aankopen en minder prijsdruk

De differentiatie van de overdrachtsbelasting heeft duidelijk effect. Starters kopen meer woningen en betalen relatief lagere prijzen, blijkt uit onderzoek gepubliceerd in de jongste editie van Real Estate Research Quarterly.

Het beoogde beleidsdoel, een betere concurrentiepositie van starters tegenover beleggers, is volgens Derck Stäbler, Nils Verheuvel, Adam Kuczynski en Lianne Hans in belangrijke mate bereikt. In gebieden met veel concurrentie tussen starters en beleggers zijn de effecten het sterkst. Starters wisten daar hun positie zichtbaar te verbeteren, terwijl beleggers terrein verloren.

Sinds 2021 betalen starters geen overdrachtsbelasting meer, terwijl beleggers juist een fors hoger tarief zijn gaan betalen. Deze wijziging volgde op een periode waarin starters steeds moeilijker konden concurreren door stijgende huizenprijzen en lage rentes. De onderzoekers laten zien dat deze fiscale ingreep daadwerkelijk heeft geleid tot een verschuiving op de woningmarkt. In wijken waar starters eerder sterk moesten concurreren met beleggers, ligt het aantal aankopen door starters ruim hoger dan in vergelijkbare wijken met minder concurrentie. Tegelijkertijd is het aantal aankopen door beleggers weliswaar gedaald, maar niet significant sterker in deze specifieke gebieden.

Naast het aantal transacties heeft de maatregel ook invloed gehad op de prijsontwikkeling. In wijken met veel concurrentie zijn de woningprijzen voor starters minder hard gestegen dan elders. Dit wijst erop dat de maatregel niet alleen de toegang tot de markt heeft verbeterd, maar ook de prijsdruk voor deze groep heeft verminderd. Derck Stäbler en Nils Verheuvel werken als senior onderzoekers bij SEO Economisch Onderzoek, Adam Kuczynski is onderzoeker bij het Centraal Planbureau (CPB) en Lianne Hans is onderzoeker bij het Kadaster.

 

img
Redacteur
Profiel