Rotterdam draagt nog de last uit het verleden van een typische havenstad: een transporteconomie met lage marges, een matige kennisinfrastructuur, een laag geschoolde beroepsbevolking en een verbrokkelde ruimtelijke structuur. Een integrale bestuurlijke visie op het te voeren economische beleid lange tijd heeft ontbroken. Intussen daagt ook op het stadhuis het inzicht dat een gestructureerd overleg met het bedrijfsleven nodig is voor het economisch en ruimtelijk beleid op langere termijn.
Rotterdam draagt nog de last uit het verleden van een typische havenstad: een transporteconomie met lage marges, een matige kennisinfrastructuur, een laag geschoolde beroepsbevolking en een verbrokkelde ruimtelijke structuur. Een integrale bestuurlijke visie op het te voeren economische beleid lange tijd heeft ontbroken. Intussen daagt ook op het stadhuis het inzicht dat een gestructureerd overleg met het bedrijfsleven nodig is voor het economisch en ruimtelijk beleid op langere termijn.
'Als het om toekomst gaat, kan Rotterdam niet volstaan met een visie uit ambtelijke kokers. Visie ontwikkel je samen met het bedrijfsleven, investeerders en maatschappelijke organisaties', zegt Edwin Schouten, directeur van The Visioning Group. Eerder dit jaar regisseerde hij een ronde tafel over de toekomst van de Drechtsteden, wat resulteerde in het toekomstconcept Shipping Valley. Mede-initiator van Shipping Valley is Peter Brandenburg, lid van het dagelijks bestuur van de Rotterdamse Kamer van Koophandel. Hij erkent grif dat de Maasstad zeer gebaat zou zijn bij een dergelijke aanpak, waarbij markt en overheid onbevangen creatieve scenario's uitwerken voor de stedelijke economie.
De Drechtsteden, onder de rook van Rotterdam, wilden niet meer wachten op een strategisch concept van Rijnmond. 'Kleinschaligheid is in die zin een voordeel', zegt Brandenburg. Het is volgens hem al een hele toer om binnen de Rotterdamse Kamer de neuzen in één richting te krijgen. Maar de tijd dringt. Ontwikkelaars van commercieel vastgoed en ondernemingen die een bedrijfsvestiging in Rijnmond overwegen, tonen steeds vaker belangstelling voor het nabije Midden-Delfland, Dordrecht of Breda. Niet alleen vanwege de congestie en een tekort aan bedrijventerreinen, maar ook door het gebrek aan bestuurlijke voeling met de wensen van de markt in Rotterdam en bij de overige zeventien gemeenten, die samenwerken binnen de regio Rijnmond. Natuurlijk bestaat onder politici ongerustheid over de achterblijvende economische groei en werkgelegenheidsontwikkeling in het gebied, zeker wanneer die wordt vergeleken met die in andere agglomeraties in West-Nederland. Ook dringt het besef door dat de kwaliteit van de investeringen (overwegend traditionele industriële activiteiten) en de aard van de werkgelegenheid (vooral uitvoerende functies in traditionele sectoren) erop wijst dat Rotterdam de aansluiting mist bij de transformatie van Nederland naar een post-industriële kenniseconomie.
Debâcle
De aandacht van gemeentebesturen heeft zich lange tijd geconcentreerd, en concentreert zich in belangrijke mate nog steeds, op de sociale gevolgen van het achterblijven en het tegengaan van stedelijke verpaupering. Het gezamenlijk met het bedrijfsleven zoeken naar vernieuwende concepten komt mondjesmaat van de grond.
Vanuit het goede voornemen om een nieuwe start te maken, werd begin 1999 een actieprogramma opgesteld, bestaande uit zeven punten. Die betreffen achtereenvolgens: de ontwikkeling van nieuwe terreinen, knelpunten wegnemen rond bestemde (maar nog niet gerealiseerde) locaties, herstructurering van bestaande bedrijventerreinen, selectieve uitgifte van terreinen op basis van toegevoegde waarde voor de regionale economie, intensivering van de samenwerking tussen gemeenten en marktpartijen, verbeterde communicatie met potentiële investeerders via het Bedrijveninformatiecentrum Rijnmond en tenslotte een 'publiciteitscampagne' onder raadsleden van de achttien gemeenten van de Stadsregio Rotterdam, met als doel hun affiniteit te vergroten met aspecten van het regionale investeringsklimaat.
Dit laatste punt -kort gezegd: draagvlakverbreding onder locale bestuurders- is een signaal voor de mentale gesteldheid in de regio. Het is deze groep die nog steeds moet beslissen of en wanneer de punten van het genoemde 'actieprogramma' zullen worden uitgevoerd. Het Regionaal Economisch Overleg is bijzonder actief bij het rijp maken van de geesten, maar stuit soms op een grote tegenzin bij een meerderheid van de raadsleden om keuzes te maken voor verbetering van de ruimtelijk-economische infrastructuur, wanneer die ook maar enigszins ten koste gaan van wonen, recreatie, sport en andere claims op de schaarse grond in de stadsregio. Het bestuurlijke klimaat is gepolitiseerd: bedrijvigheid en leefbaarheid worden gepresenteerd als tegenpolen.
Na het stadsprovincie-debâcle hebben noch Rotterdam, noch de regio noch de provincie veel initiatief getoond. Anderhalf jaar geleden pakte de provincie Zuid-Holland echter de handschoen op. Sindsdien is er gewerkt aan gemeenschappelijke standpunten over de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte, en de realisatie van het 750 hectare grote natuurgebied in IJsselmonde ter compensatie daarvan. Overheden hebben gezamenlijk opgetrokken bij de gebiedsuitwerking van de Zuidvleugel van de Randstad, de voorbereiding van de Vijfde Nota Ruimtelijke ordening en de ontwikkeling van het gebied tussen de A13 en de zogeheten B-driehoek. Op kleinere schaal wordt overlegd over het upgraden van verpauperde gebieden langs de havens.
Onbenutte synergie
De stad Rotterdam verheugt zich intussen op haar aanstaande status van culturele hoofdstad van Europa, en hoopt het vestigingsklimaat op te krikken met een dosis culturele allure. Gevangen in een infrastructuur die hoofdzakelijk is gericht op de haven, talmt het stadsbestuur met de ontwikkeling van een nieuwe groeistrategie. Intussen zoekt het bedrijfsleven een oor voor wensen, waarschuwingen, creatieve plannen en alledaagse noden. Maar aan welk loket moet men zich vervoegen? Beleid wordt in Rotterdam overal gemaakt: op het stadhuis, maar vooral bij het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR); voor de natte economie moet de ondernemer zich echter wenden tot het Gemeentelijk Havenbedrijf.
Innovatieve aanzetten worden tot nu toe met name verwacht van het Gemeentelijk Havenbedrijf. Het GHR fungeert als landlord voor bedrijfsterreinen rond de haven, en doet zelf aan projectontwikkeling. Sinds kort worden plannen met het OBR afgestemd, aldus beleidsstrateeg Albert Doe van het Havenbedrijf. 'In de praktijk zien we nog weinig raakvlakken; alleen in de sector chemie zie je dwarsverbanden ontstaan tussen industrie en dienstverlening.'
Het ondernemersfront in Rijnmond biedt een versnipperde aanblik. In combinatie met de bestuurlijke veelkoppigheid is dit geen vruchtbaar klimaat voor een strategische sprong naar voren. Het ontbreken van een integraal concept voor de toekomstige structuur van Rotterdam-regio hoeft visionaire investeerders echter niet te weerhouden. Waarnemers zien nog volop onbenutte synergie tussen informatietechnologie en de traditionele competenties van de haven. Om deze potenties te kunnen verzilveren is het echter wenselijk dat Rotterdam zelf speerpunten aanwijst, en zich daarbij niet laten hinderen door verlammende raderwerk van de regio Rijnmond.
Jurjen Bügel
