De ministerraad is akkoord gegaan met de brief aan de Tweede Kamer van staatssecretaris Bos inzake het bevorderen van Nederland als aantrekkelijke vestigingsplaats voor ondernemingen. Bij de vestigingsplaatskeuze kan de fiscaliteit namelijk een belangrijke rol spelen.
De ministerraad is akkoord gegaan met de brief aan de Tweede Kamer van staatssecretaris Bos inzake het bevorderen van Nederland als aantrekkelijke vestigingsplaats voor ondernemingen. Bij de vestigingsplaatskeuze kan de fiscaliteit namelijk een belangrijke
rol spelen.
Bos wil onder andere een onderzoek laten instellen naar de vennootschapsbelasting (vpb) in
internationaal perspectief. Bovendien moet een studiegroep worden ingesteld die verbeteringen voorstelt van de doorlooptijd van rulingverzoeken en de rulingpraktijk meer laat aansluiten bij de OESO-richtlijnen. Verder moet de Wet op de internationale bijstandsverlening gewijzigd worden.
Studiegroep vpb
De studiegroep vpb, onder leiding van mevrouw mr. Y.C.M.T. van
Rooij, zal een advies uitbrengen over de wenselijkheid en de
mogelijkheid van aanpassingen van op bedrijven drukkende
belastingen in Nederland, mede bezien in relatie tot andere landen.
Belangrijk uitgangspunt hierbij is de concurrentiepositie van
Nederland als vestigingsland. Om aantrekkelijk te blijven voor
buitenlandse investeringen zal Nederland moeten zorgen dat de
effectieve druk van de vennootschapsbelasting niet teveel afwijkt
van de druk in andere landen. Samen met het bedrijfsleven zullen
mogelijke aanpassingen op dit gebied in beeld worden gebracht. De
studiegroep vpb zal haar rapport met betrekking tot de Nederlandse
vennootschapsbelasting medio 2001 moeten afronden.
Doorlooptijd rulingverzoeken
Het internationaal opererende bedrijfsleven hecht veel belang aan
de snelheid van het verstrekken van zekerheid vooraf over haar
fiscale positie in Nederland. Naar aanleiding van onder meer
signalen uit de praktijk worden maatregelen genomen om de
organisatie van de rulingpraktijk verder te verbeteren en de
doorlooptijd van een verzoek in principe terug te brengen tot
maximaal 8 weken. Tevens wordt de voorraad rulingverzoeken bij een
gelijkblijvende instroom van verzoeken binnen een halfjaar
gehalveerd.
Meer transparatie in de rulingpraktijk
De Nederlandse rulingpraktijk zal worden gemoderniseerd en
omgevormd in een ..Advance Pricing Agreements.. (APA) - en
..Advance Taxrulings.. (ATR)-praktijk. Een APA is in feite een
afspraak over de te gebruiken verrekenprijsmethode en een ATR is
een afspraak over de Nederlandse fiscale kwalificatie van
internationale structuren, bijvoorbeeld zekerheid vooraf over de
toepassing van de deelnemingsvrijstelling. De nieuwe APA-praktijk
is geheel in lijn met de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen en
tevens wordt ingespeeld op de wens uit de praktijk om meer dan
voorheen maatwerk te leveren inzake internationale fiscale
problematiek. De fiscaliteit zal daardoor meer dan nu aansluiten
bij de economische bedrijvigheid en zich richten op de toegevoegde
waarde en de risicovollere activiteiten. Met deze verruiming wordt
met name het vestigingsklimaat verbeterd voor reële activiteiten in
Nederland.
Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de
heffing van belastingen (WIB)
De uitwisseling van informatie speelt een grote rol bij het tot
stand brengen van een goede samenwerking tussen de lidstaten van de
EU bij de uitvoering van de belastingheffing.
Informatie-uitwisseling draagt immers bij aan een effectieve
uitvoeringspraktijk en het tegengaan van fraude.
In dat kader dienen belemmeringen in de WIB die een effectieve
informatie uitwisseling in de weg staan te worden weggenomen.
Daarbij is het wel wenselijk dat een rechtsbeschermingssysteem
behouden blijft dat voorziet in het afgeven van een kennisgeving
aan belanghebbende waaruit blijkt dat over hem informatie is
uitgewisseld met een buitenlandse belastingdienst.
Verder wordt gestudeerd op de mogelijkheid van het stellen van
substance-eisen waardoor het minder aantrekkelijk wordt om in
Nederland activiteiten op te zetten welke buiten het
belastingvoordeel geen reële betekenis hebben. De uitkomst hiervan
zal mede afhankelijk zijn van het verloop van de discussies binnen
de EU en de OESO in het kader van schadelijke belastingconcurrentie
en de waarborg dat vergelijkbare gevallen een vergelijkbare
behandeling krijgen. Tevens zal Nederland binnen de EU en de OESO
zich actief blijven inzetten om de transparantie te vergroten
tussen de landen; een intensivering van informatie-uitwisseling op
basis van wederkerigheid tussen de landen te bewerkstelligen vormt
hierbij een belangrijk onderdeel.
