De opening van de Noord/Zuidlijn heeft slechts een bescheiden effect gehad op de Amsterdamse woningmarkt. Dat blijkt uit onderzoek dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Urban Studies.
Het onderzoek is uitgevoerd door Jip Claassens, Eric Koomen, Maureen Lankhuizen en Jan Rouwendal, allen verbonden aan de afdeling Spatial Economics van de Vrije Universiteit Amsterdam. Een deel van het onderzoek vond plaats binnen de zogeheten Impactstudie Noord/Zuidlijn.
De onderzoekers analyseerden de gevolgen van de metroverbinding die in 2018 werd geopend tussen Amsterdam-Noord en station Zuid. Daarbij keken zij niet alleen naar woningprijzen, maar ook naar particuliere huren, wachttijden voor sociale huurwoningen en woningdichtheid. Dat is volgens de onderzoekers relevant omdat slechts circa 30% van de Amsterdamse woningvoorraad uit koopwoningen bestaat.
Bereikbaarheid banen
Voor het onderzoek werd de bereikbaarheid van banen per locatie in kaart gebracht. Als invloedsgebied werden alleen buurten aangemerkt die op loopafstand van een station liggen en waar door de komst van de Noord/Zuidlijn meer dan 50.000 extra banen binnen een reistijd van 30 minuten bereikbaar werden.
Uit de analyse blijkt dat de effecten op de woningmarkt beperkt zijn. Koopwoningen in de gebieden met de grootste bereikbaarheidswinst werden gemiddeld circa 2% meer waard dan vergelijkbare woningen elders in de stad. Rond station Noorderpark, waar de bereikbaarheid het sterkst verbeterde, liep dat effect op tot 4,6%. Voor particuliere huren, sociale huur en woningdichtheid vonden de onderzoekers weinig of geen statistisch significante effecten.
Nieuwe investeringen
Volgens de onderzoekers laat de studie zien dat nieuwe investeringen in openbaar vervoer relatief weinig extra woningmarkteffecten opleveren in steden waar de bereikbaarheid al hoog is. De Noord/Zuidlijn was volgens hen vooral van belang voor het opvangen van groeiende reizigersstromen, terwijl de impact op woningprijzen en woningaanbod beperkt bleef.
