De gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten kan verder met de bouw van een nieuwe wijk in Nuenen-West, goed voor 1.615. De Raad van State heeft bezwaren tegen het plan afgewezen.
De gemeente stelde in 2021 het bestemmingsplan Herijking Nuenen-West vast voor een gebied waar voornamelijk agrarische activiteiten plaatsvinden. Maar daartegen werd protest aangetekend door omwonenden en de Raad van State oordeelde vorig jaar in een tussenuitspraak dat er inderdaad wat schortte aan het plan. Zo was er niets geregeld over een minimaal aan te houden afstand tussen de voorziene nieuwe woningen en de achterperceelsgrenzen van bestaande woningen. Ook was onvoldoende duidelijk is bepaald hoeveel (nieuwe) woningen in het gebied zijn toegestaan. Verder was niet gemotiveerd waarom een bouwhoogte van 14 meter voor alle nieuwe woningen ruimtelijk aanvaardbaar was.
3 meter niet te weinig
De gemeenteraad heeft vervolgens in oktober een gewijzigd besluit vastgesteld waarin onder meer een minimale afstand van 3 meter tussen de gevel van een hoofdgebouw en de achterperceelsgrens van een bestaande woning is opgenomen. Hoewel omwonenden dat nog te weinig vinden, oordeelt de Raad van State, mede omdat er tuinen aanwezig zijn die groter zijn dan 3 meter, deze afstand in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Overigens stond er in één passage abusievelijk 'minder dan 3 meter' vermeld. Dat euvel herstelt de raad met deze uitspraak.
Maximale bouwhoogt geldt voor beperkt deel
De bezwaren tegen de bouwhoogte gaan ook van tafel omdat de genoemde 14 meter volgens het plan geen algemeen geldend maximum is. 'Alleen de zogenoemde accentbebouwing binnen de bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - aantal bouwlagen 1" mag in afwijking van de binnen dat aanduidingsvlak toegestane maximale bouwhoogte van 12,5 m als accentbebouwing een bouwhoogte van 14 m hebben. Dan gaat het om maximaal 20% van de gebouwen binnen dat aanduidingsvlak."
De bezwaarmakers krijgen wel een vergoeding variërend van € 970 tot € 4.000 per persoon omdat de procedure ruim twee jaar langer heeft geduurd dan de bestuursrechter aanvaardbaar acht.
