Nijmegen houdt de regie in eigen hand

Dat Nijmegen afgelopen jaar de PropertyNL Livable City Award won, is het resultaat van keuzes en een moedige gemeente, die bereid is de portemonnee te trekken als het erop aankomt.

Nijmegen had altijd al de rivier, de heuvels, de geschiedenis, de universiteit. Maar een buitengewone uitgangspositie maakt nog geen buitengewoon leefbare stad. Afdelingsstrateeg stadsontwikkeling Kristiaan Laumen en programmamanager Ewald van Petersen vertellen over de Nijmeegse aanpak: actief grondbeleid, visie en een bestuurscultuur die pragmatisme boven perfectie stelt.

Langetermijnbeleid werkt

De PropertyNL Livable City Award beloont steden waar leefbaarheid en vestigingsklimaat elkaar versterken. Dus betaalbare woningen, veel openbaar groen en sterke voorzieningen in een diverse economie. Nijmegen heeft daar coherent beleid op ontwikkeld. Onlangs ging de gemeenteraad akkoord met de omgevingsvisie ‘de Nabije Stad 2050’. Het doel voor de negende stad van Nederland is compact groeien binnen de bestaande gemeentegrenzen en transformeren wat verouderd is. De prioriteiten liggen bij woningbouw, stadsvergroening en de energietransitie.

De visie is niet per se nieuw. Nijmegen kan bogen op een reeks succesvolle gebiedsontwikkelingen die laten zien dat langetermijnbeleid werkt. De Waalsprong transformeerde de noordoever van de Waal tot een volwaardig stadsdeel. Aan de overkant ontstond het Waalfront, waar verlaten industrie plaatsmaakte voor woningbouw, horeca en een evenemententerrein. De bouwplannen op stadseiland Veur-Lent werden juist geschrapt, zodat bewoners van beide kanten van de rivier tegenwoordig in het midden kunnen recreëren in een park met stadsstrand.

Grondbeleid

Als gemeente zo actief zijn in gebiedsontwikkeling is niet vanzelfsprekend, legt Van Petersen uit. Dan heb je een actieve grondpositie nodig. Hij geeft een voorbeeld. ‘We hebben vijfentwintig jaar lang plannen gehad om Veur-Lent te bebouwen. Nu hebben we gezegd: we willen dat niet meer, het wordt een stadspark. Als dat eiland niet van ons zou zijn, dan is zo’n besluit vrijwel onmogelijk en ben je overgeleverd aan de wensen van de ontwikkelaar.’

Aan het Waalfront handelde Nijmegen ook zelfstandig. De gemeente kocht zelf de grond van het Nyma-terrein om het op te nemen in de ontwikkeling. De gemeente kon het Honig-complex als industrieel erfgoed behouden door het in publiek–private samenwerking met Bouwfonds BPD te integreren in het totaalplan. ‘Zo houd je de regie op de ontwikkeling’, zegt Van Petersen. ‘Maar je moet wel bereid zijn te investeren’, voegt hij eraan toe. ‘Het is niet gratis.’

Winkelsteeg

Zelf investeren en risico nemen draait in Nijmegen niet alleen om grond. Een van de belangrijkste ontwikkelgebieden in de gemeente is de Kanaalzone, met daarin prominent gelegen Winkelsteeg. Dat is een gebied met werkfunctie van zo’n 200 hectare groot aan het Maas–Waalkanaal, waar bijvoorbeeld ook halfgeleiderfabrikant NXP is gevestigd. Midden in de stad. Nijmegen wil er ruim 6000 nieuwe woningen bouwen. De gemeente investeert tientallen miljoenen in het project.

Autonomie houden blijft volgens Van Petersen ook hier belangrijk. ‘We kiezen ervoor om alle parkeergarages in eigen beheer te nemen, zodat je de regie houdt op de mobiliteit in de stad. Of een ander voorbeeld: als de markt faalt in het aanbieden van deelmobiliteit, dan overwegen we zelf een eigen deelmobiliteitsbedrijf op te richten. Dat gevoel van eigen verantwoordelijkheid stroomt door het hele stadhuis en Nijmegen is bereid daar de portemonnee voor te trekken.’

Verandering kan ook wrevel oproepen. Niet alle bedrijven in Winkelsteeg zitten te wachten op nieuwe buren met een tuin en een hond. Maar gelukkig zien veel ondernemers de ontwikkeling ook als een kans. ‘Hun bedrijf komt plotseling in een veel aantrekkelijker omgeving te liggen, waardoor zij als werkgever ook interessanter worden’, zegt Van Petersen. ‘Dat gaat over huisvesting, maar ook om de vraag of het leuk is om daar te werken. Dat je niet de plooien uit je broek wordt gereden als je uit je werk komt, dat je een koffietje kunt drinken in de buurt, of kunt sporten na je werk. Een prettige plek om te zijn, dat is bedrijven ook veel waard.’

Starters behouden

Nijmegen is een aantrekkelijke stad en dat heeft een prijs. Veel hoogopgeleide starters verlaten na hun studie de stad omdat woningen er te duur zijn, zeker in vergelijking met de rest van de regio. De gemeente neemt dat serieus, vertelt Laumen. In de omgevingsvisie is opgenomen dat van alle nieuwbouwwoningen tenminste twee derde betaalbaar moet zijn. ‘We willen dat iedereen zich thuis kan voelen in Nijmegen, waarbij voor iedereen kans is op een woning’, zegt Laumen.

Nieuwbouw is echter niet de enige knop waar de gemeente aan draait om jonge mensen voor de stad te behouden. In de naoorlogse wijken Dukenburg en Lindenholt wil de gemeente een verhuisbeweging op gang brengen. Veel eengezinswoningen worden er nog bewoond door de eerste of tweede generatie bewoners van de wijk; inmiddels vaak tweepersoonshuishoudens die best naar een appartement zouden willen. Dat schept ruimte voor jonge gezinnen, maar dan moet het aanbod er wel zijn. Een van de opties waar de gemeente aan werkt om dat mogelijk te maken, is een tweede Living-Inn-locatie in Winkelsteeg.

Living-Inn is een concept waarin ouderen en jongeren samen wonen, in grote complexen met zo’n 400 woningen. Het idee is dat beide groepen van elkaar profiteren. Ouderen kunnen langer thuis wonen, jongeren vinden er betaalbare woonruimte in een gemeenschap. ‘Dat slaat in Nijmegen heel goed aan’, zegt Van Petersen. In de Waalsprong was het complex heel snel gevuld en van Winkelsteeg heeft hij ook grote verwachtingen. ‘Je maakt eigenlijk een dorpje in de stad.’

Geen bezwaar tegen COA of moskee

Laumen en Van Petersen hebben wel een idee waarom de Nijmeegse Living-Inn sneller vol was dan soortgelijke locaties in Nederland. Nijmegenaren zien zichzelf als open, tolerant en gemeenschapsgericht, en dat vertaalt zich in de praktijk. Van Petersen is er trots op dat de komst van een tijdelijke COA-noodopvang in Winkelsteeg en de komst van een nieuwe moskee in Nijmegen zonder bezwaarschriften op het bestemmingsplan van start konden. Maar ook de complexe instandhouding van de Vierdaagsefeesten, waarbij de hele binnenstad min of meer een festivalterrein wordt, is een bewuste keuze om die levendigheid en gemeenschapszin te blijven voeden.

Die cultuur is volgens de ambtenaren zelfs in het gemeentebestuur voelbaar. Het debat in de raad kan scherp zijn, maar de onderlinge verhoudingen zijn volgens de gebiedsontwikkelaars opvallend vriendschappelijk en constructief. Dat vergt ook wat flexibiliteit. Nijmegen heeft ambitieuze doelen geformuleerd, maar stelt die nooit als onbuigzame voorwaarde aan partners. In de uitvoering is altijd ruimte voor pragmatisme. ‘Er zijn gemeenten die hun ambities meteen tot bovenwettelijke eis verheffen’, verduidelijkt Van Petersen. Nijmegen doet dat bewust niet. ‘Dan moeten alle sterren op één lijn staan om een project van de grond te krijgen. Je maakt het ontwikkelaars en corporaties onnodig lastig, en in het slechtste geval verlies je het momentum.’ Soepel met de eigen regels? Nee, het Nijmeegse college ‘schuift situationeel binnen de ambities’. Op de ene locatie wat circulairder, op de andere wat meer betaalbaar. Voortgang boeken staat voorop.

Lessen van de winnaar

Wat zouden andere steden kunnen leren van de winnaar van de Livable City Award 2025? Strateeg Laumen denkt vooral aan heldere keuzes, flexibiliteit en gemeenschapszin. ‘Dat draagt bij aan de nabije stad. Mensen ontmoeten, dat is waar het stedelijk weefsel zich naar moet vormen.’ Van Petersen houdt zijn advies kort: ‘Leg je portemonnee op tafel en neem de regie.’

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 3, 27 maart 2026