Massaal is in Nederland geweeklaagd over de opsplitsing van ABN Amro, maar met name voor Fortis zijn er nieuwe kansen geschapen. In het vastgoed was ABN Amro al sterk op Londen gericht en zijn de verschillen voor de binnenlandse markt klein. Het hoofdkantoor is echter nog een lastig obstakel. Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 17
Massaal is in Nederland geweeklaagd over de opsplitsing van ABN Amro, maar met name voor Fortis
zijn er nieuwe kansen geschapen. In het vastgoed was ABN Amro al sterk op Londen gericht en zijn de
verschillen voor de binnenlandse markt klein. Het hoofdkantoor is echter nog een lastig obstakel.
Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 17
door Wabe van Enk
ABN Amro had op de Europese vastgoedbeurs Expo Real
in München een grote stand. Na Duitsers en Britten
waren Nederlanders de belangrijkste groep bezoekers,
maar geen Nederlander die iets van deze stand wist, laat
staan er een bezoek aan heeft bracht. Dat komt doordat
de bank wat betreft vastgoed vanuit Londen werkt met
niet-Nederlandse klanten. Met dochter Bouwfonds was
dat vroeger wel anders, maar sinds de verkoop van de
ontwikkelingspoot aan Rabo en de vastgoedfinancieringspoot
aan SNS is dat anders. Met die verkoop financierde
het overigens de Italiaanse aankoop van Antonveneta,
een internationaliseringsslag die uiteindelijk drie
nieuwe buitenlandse banken als baas opleverde.
In Nederland is er over die slag veel onkunde. Het lijkt
alsof met één briefje van een geldbelust hedgefund in
februari van dit jaar twee eeuwen bancair erfgoed is
verkwanseld. Deze eenprocentsaandeelhouder zou het
concern op springen hebben gezet. Dat is niet zo. Je
kunt een lijn trekken naar de stille revolutie die zich in
de afgelopen decennia in de institutionele beleggingswereld
heeft voltrokken. Het grootste pensioenfonds
ABP belegde vroeger binnen de landsgrenzen met het
idee dat wanneer Nederland vooruit werd geholpen ook
de oudedagsvoorziening optimaal was. Nu hebben Nederlandse
pensioenfondsen de wereld tot hun speelveld
gemaakt, met hoog rendement en laag risico als doel.
Rationele aanpak
Opportunistisch beleggen in Nederlandse aandelen en
gebieden zoals bijvoorbeeld het ABP deed in Céramique
Maastricht, is verruild voor econometrische modellen.
In plaats van samen onder één deken met overheid en
markt, is een klinische omgeving geschapen met één
spannend moment aan het eind van het jaar. Dan komt
het antwoord of de ‘benchmark’ is gehaald.
Consequentie van deze aanpak is dat ook de beleggingsobjecten,
zoals ABN Amro, aan benchmarks moeten
voldoen. Voor de fondsselectie is het land van herkomst
geen patriottisch gegeven, maar een onderdeel van de
berekening van het risicoprofiel. Dat is emotieloos,
maar veel partijen realiseren zich niet dat Nederland
met die aanpak niet slecht scoort. Door die rationele
aanpak konden Nederlandse institutionele beleggers
het voortouw nemen in de wereld. Het spaardeel is zo
groot dat Nederlanders makkelijk grote delen van Wall
Street kunnen opkopen, ware het niet dat ze een betere
spreiding van risico/rendement hebben bedacht.
Nederlanders genereren meer inkomen door wereldwijde
beleggingen dan door werk uit arbeid in Nederland.
Dat kan alleen door het spel van de benchmarks mee te
spelen, de banken incluis. Zij moeten laten zien dat zij
meer presteren dan hun concurrent. Het ABN Amrobestuur
had daarin weinig keuze, maar gunde zich of
kreeg weinig tijd. Nu worden in Nederland allemaal
krokodillentranen geplengd, zonder zich af te vragen
met welk recht. Aandeelhouders, personeel, en klanten
zijn internationaal en gedragen zich ook internationaal.
De Nederlandse aandeelhouders voorop, maar ook de
personeelsleden en klanten kiezen net zo makkelijk
voor een internationaal merk als voor de bank van Koning
Willem I.
De zakelijke cliënten in Nederland kregen vorige week
een briefje van een zekere Jan Peter Schmittmann dat
ze zich geen zorgen behoefden te maken. Dat briefje
is een zekere zin veelzeggend want weinigen zullen
Schmittmann kennen. Daarvoor zit hij nu nog te laag
in de organisatie. Hij zit als voorzitter van directie ABN
Amro Nederland niet in de raad van bestuur. Hij werkt
vanuit ‘de badkuip’, een kantoor in Amsterdam Zuid-
Oost dat kilometers is verwijderd is van het internationale
besliscentrum van de bank aan de Zuidas. Het is
een illustratie dat Nederland voor ABN Amro al lang
was gedegradeerd. Dat de ‘badkuip’ straks onder een
ander label werkt, zal weinig verschil maken.
Ondertussen wordt Schmittmann belangrijker: hij zal
de integratie met Fortis begeleiden. Op het niveau van
de raad van bestuur tellen Boumeester en Jiskoot mee,
de eerste is in het vastgoed bekend als de broer van Pamela,
directeur van NS Poort, de tweede is de ‘beursintroductie-
routinier’ met een klein schaafwondje door
de introductie van World Online, die echter ook weer
zorgde voor het fortuin van ’s Neerlands grootste bouwentrepreneur,
Dik Wessels.
Vastgoedfinanciering
Het zal niet bovenaan de agenda van Schmittmann
staan, maar interessant is wel hoe ABN Amro met Fortis
weer terug kan komen op het gebied van vastgoedfinanciering
en belegging. Fortis heeft daar wel wat
stappen gezet, maar het is duidelijk dat Rabo en ING
hier zo mijlenver voor liggen, dat een nieuwe bancaire
marktleider op dit punt stappen zal nemen in 2008.
Natuurlijk moet er intussen puin geruimd worden en
dat is in dit geval het hoofdkantoor waarvoor een koper
moet komen. Of daarmee de huurder ABN Amro
geheel buiten beeld is, is overigens nog maar de vraag,
want de laagbouw en de dealingroom in de hoogbouw
worden niet bevolkt door mensen van de holding.
Ook over het hoofdkantoor wordt veel onzin geschreven.
In een kenniseconomie is de rol van hoofdkantoren
diffuus, zo illustreert bijvoorbeeld het vertrek van
het hoofdkantoor van Philips uit Eindhoven. De stad
heeft sindsdien een ongekende groei doorgemaakt ondanks
of misschien wel dankzij het vertrek van Philips
naar Amsterdam.
Maar als de nieuwe eigenaren van ABN Amro het slim
doen – en ze moeten wel anders halen ze de benchmark
niet – dan koesteren ze de Nederlandse kennisinfrastructuur.
Een voorbeeldje hoe talent zijn weg vindt is
te zien in het internationale vastgoed, waarbij Nederlanders
een hoofdrol spelen bij Europese organisatie (Epra
en Inrev) en bij Nederlandse, maar ook bij Britse vastgoedafdelingen
van banken in Londen. Behalve dan bij
ABN Amro. Die afdeling is ‘very British’.
