In het vierde kwartaal van 2025 werden 20.700 woningen verkocht, het hoogste aantal door investeerders sinds 2021.
Dat heeft het Kadaster bekendgemaakt. 16% van de woningen die door een eigenaar-bewoner werd gekocht, was daarvoor van een investeerder. In de vier grootste steden (G4) was dit bijna 28%.
In de G4 betaalden eigenaar-bewoners € 454.000 voor een voormalige investeerderswoning. Kochten zij van een andere eigenaar-bewoner dan waren ze € 124.000 meer kwijt.
Tussen 2016 en 2026 gingen meer woningen van particuliere investeerders naar eigenaar-bewoners dan andersom. Op 1 januari 2026 was 9% van de woningvoorraad in het bezit van investeerders. Op 1 januari 2024 was dit nog 9,4%.
In het laatste kwartaal van 2025 werden ruim 20.700 woningen verkocht, 5,3% meer dan in hetzelfde kwartaal 1 jaar geleden. Investeerders kochten bijna 8900 woningen, 4% minder dan in hetzelfde kwartaal 1 jaar geleden. Investeerders verkochten dus opnieuw meer woningen dan zij kochten. Sinds 2023 neemt dit verschil toe. Dit komt onder andere door veranderingen in het beleid en in de markt.
In 2025 verkochten investeerders elk kwartaal ongeveer 7800 woningen aan eigenaar-bewoners. Ongeveer 40% daarvan was van bedrijfsmatige investeerders en de andere 60% van particuliere investeerders.
Grootste steden
Een groot deel van deze woningen staat in de vier grootste steden (G4: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht). In de G4 werden elk kwartaal gemiddeld 2200 woningen verkocht door investeerders aan eigenaar-bewoners. Vooral in Amsterdam werden veel woningen verkocht.
Investeerders kochten gemiddeld in 2025 elk kwartaal ongeveer 900 woningen van eigenaar-bewoners. Zo’n 60% daarvan werd gekocht door bedrijfsmatige investeerders en 40% door particuliere investeerders.
Gemiddeld verkochten investeerders in 2025 elk kwartaal ongeveer 6900 meer woningen aan eigenaar-bewoners dan zij van hen kochten. Naar schatting werden in 2025 per kwartaal gemiddeld 2300 verhuurde tweede woningen verkocht en 200 gekocht. Dit is vergelijkbaar met de aan- en verkopen van de particuliere investeerders. Een tweede woning is een woning waar de eigenaar niet zelf in woont. Hoeveel van deze woningen worden verhuurd, is niet exact te berekenen.
Bezit groeide
Jarenlang kochten particuliere investeerders meer woningen van eigenaar-bewoners dan zij aan hen verkochten. Daardoor groeide het totale bezit van deze investeerders steeds verder. Tussen 2016 en 2021 kochten zij ruim 23.000 woningen meer van eigenaar-bewoners dan zij aan hen verkochten.
Sinds 2022 sloeg dit om en verkochten particuliere investeerders elk kwartaal meer woningen aan eigenaar-bewoners dan dat zij van hen aankochten. Het opgetelde saldo daalde daardoor elk kwartaal.
Vanaf het 1ste kwartaal van 2025 zakte het opgetelde saldo elk kwartaal verder onder 0. In het 4de kwartaal van 2025 liep dit verschil op tot bijna -17.000 woningen. Dit betekent dat particuliere investeerders bij elkaar opgeteld in de periode 2016-2025 meer woningen aan eigenaar-bewoners hebben verkocht dan dat ze in die periode van hen kochten.
Het aandeel investeerderswoningen binnen de aankopen van eigenaar-bewoners blijft groeien. Landelijk was in het 4de kwartaal van 2025 16% van de aankopen door eigenaar-bewoners een voormalig investeerderswoning. Een grote stijging vergeleken met het begin van 2021: toen was dit al een aantal kwartalen stabiel rond 7%.
Investeerderswoning
In de G4 lag dit een stuk hoger: bijna 28% van de woningen die eigenaar-bewoners in het 4de kwartaal van 2025 kochten was een voormalige investeerderswoning. In het 1ste kwartaal van 2021 was dit nog 13%.
In de 40 grootste gemeenten (G40) ging het om ruim 19% van de door eigenaar-bewoners gekochte woningen. Een sterke stijging vergeleken met de 7% aan het begin van 2021.
Ook in de rest van Nederland is het aandeel investeerderswoningen binnen de aankopen van eigenaar-bewoners de afgelopen jaren toegenomen. Daar is 1 op de 10 woningen gekocht door eigenaar-bewoners nu een voormalige investeerderswoning.
