'Rotterdam is nog steeds aan het werk met de plannen die we destijds gemaakt hebben', zegt ir Jan D. Doets. Hij stond in 1979 aan de wieg van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, bleef er tien jaar en is tegenwoordig directievoorzitter van ING Vastgoed.
'Rotterdam is nog steeds aan het werk met de plannen die we destijds gemaakt hebben', zegt ir Jan D. Doets. Hij stond in 1979 aan de wieg van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, bleef er tien jaar en is tegenwoordig directievoorzitter van ING Vastgoed.
Als Doets door Rotterdam rijdt, wordt hij zelden verrast door nieuwe ontwikkelingen. Het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam vormde de bakermat van alle ontwikkelingen van Kop van Zuid tot Wijnhavenkwartier, van de Museumdriehoek tot Waterstad. Het ondergrondse bouwen met de spoortunnel, de hoogbouw aan het Weena, het dateert allemaal uit die periode.
Met Doets kwamen in de OBR-gelederen mensen die ook nu nog op de vastgoedmarkt flink van zich doen spreken: de huidige bestuursvoorzitter van adviesorganisatie Kolpron, Bert de Graaf en de creatieve topman van bouwer/ontwikkelaar Era, Ko Blok. Doets bewaart goede herinneringen aan de pioniersperiode: 'Wij werden gezien als een opleidingsinstituut voor het vastgoed.'
Het geheim van het succes zat volgens hem in de samenwerking met alle betrokken partijen. Wethouders als Jan Laan, later burgemeester van groeigemeente Nieuwegein, de opkomst van Riek Bakker als planoloog en de samenwerking met het Havenbedrijf waarover wethouder Den Dunnen de scepter zwaaide, zorgden samen voor een slagvaardigheid die veel groter was dan in andere grotere Nederlandse steden. In Rotterdam was het niet langer een gemeentelijke dienst die zich met grondzaken bezighield, maar een echt bedrijf met een groot netwerk in de samenleving.
Rotterdam zat in de startfase van het Ontwikkelingsbedrijf in een soort keurslijf. 'Nederland is gevormd door de strijd tegen het water. Geen wonder dat alle bebouwing zich van het water had afgekeerd. Wij moesten naar het buitenland om mensen voorbeelden te laten zien dat ze ook gebruik konden maken van het water', aldus Doets. Nu zijn waterfronts trekpleisters en wordt Rotterdam veelal geassocieerd met water.'Met de komst van Nedlloyd aan de Boompjes zag men de waarde van een waterfront en ontstond er ook veel horeca.'
De komst van Nedlloyd aan de Maasboulevard was een doorbraak voor de bedrijvigheid, maar geen vanzelfsprekende. Doets: 'De gemeente werd zenuwachtig toen Nedlloyd dreigde naar Capelle aan den IJssel te vertrekken. 'Capelle' op de achtersteven van alle Nedlloyd-schepen vond men niet zo goed voor de uitstraling van Rotterdam.' Doets slaagde erin de bedrijvigheid in de stad te houden.
De oud-directeur van het OBR zag ook vrij snel dat het erfpachtsysteem zonder afkoopregeling bedrijven de stad uit zou jagen. Hij ging het gesprek aan met de gemeente en won de slag. Maar erfpacht was niet de enige blokkade. Ook het politieke dogma dat er in de binnenstad alleen mocht worden gewoond en er slechts in Rotterdam-Oost mocht worden gewerkt, zat de markt dwars. Want in het centrum wilden de Rotterdammers niet wonen en in Oost wilden zij niet werken. Het leverde een patstelling op. De vroegere treinreiziger die in Rotterdam aankwam moest zich over braakliggende terreinen en langs een hertenkamp naar de bewoonde wereld van De Doelen begeven. Doets: 'Dat dirigisme was toen niet apart binnen gemeenten. Het gemeentelijk beleid draaide om stadsvernieuwing en sociale woningbouw. Daarin paste wel het werken met corporaties maar nauwelijks met andere marktpartijen.'
In de tijd van Doets sloot het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam mega-contracten met beleggers zoals ABP en SFB voor de bouw van nieuwe woningen in gebieden waar wel mensen wilden wonen. In het centrum veroorzaakten Robeco, Unilever, Nationale Nederlanden, Stad Rotterdam en Mees (tegenwoordig Fortis) een tweede bouwgolf met hoogbouw. In Oost vestigden zich uiteindelijk slechts enkele accountants en administratiekantoren. 'Wij hebben geleerd dat je niet tegen de markt in moet gaan.'
