De deelnemingsvrijstelling

In de fi scaliteit is men ‘gek’ op leerstukken. Een van die leerstukken is de deelnemingsvrijstelling in de Wet op de Vennootschapsbelasting. De afgelopen decennia heeft de deelnemingsvrijstelling zich geëvolueerd tot een stuk ingewikkelde fi scale wetgeving. Een leerstuk waardig! Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 17

In de fi scaliteit is men ‘gek’ op leerstukken.
Een van die leerstukken is de
deelnemingsvrijstelling in de Wet op de
Vennootschapsbelasting. De afgelopen decennia
heeft de deelnemingsvrijstelling zich
geëvolueerd tot een stuk ingewikkelde fi scale
wetgeving. Een leerstuk waardig!

Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 17


In de fi scaliteit is men ‘gek’ op leerstukken.
Een van die leerstukken is de
deelnemingsvrijstelling in de Wet op de
Vennootschapsbelasting. De afgelopen decennia
heeft de deelnemingsvrijstelling zich
geëvolueerd tot een stuk ingewikkelde fi scale
wetgeving. Een leerstuk waardig!
De deelnemingsvrijstelling is, kort gezegd,
een faciliteit in de vennootschapsbelasting
die beoogt dubbele he ng van vennootschapsbelasting
van, in feite dezelfde, winst
bij de dochtermaatschappij (de deelneming)
en als bij uitkering daarvan door die dochtermaatschappij
aan de moedermaatschappij te
voorkomen. Ook winsten op de verkoop van
aandelen in een deelneming zijn vrijgesteld
van vennootschapsbelasting bij de moedermaatschappij.
Daar staat tegen over dat verliezen
op een deelneming niet van de fi scale
winst aftrekbaar zijn, met uitzondering van
liquidatieverliezen. De deelnemingsvrijstelling
is van toepassing indien een belastingplichtige
voor de vennootschapsbelasting
(bijvoorbeeld nv of bv) ten minste 5% van
het nominaal gestorte aandelenkapitaal
bezit.
Ook commanditaire participaties in een
open commanditaire vennootschap en
bijvoorbeeld voordelen uit het lidmaatschap
van een coöperatie vallen onder de
vrijstelling. Laagbelaste deelnemingen zijn
uitgesloten van de deelnemingsvrijstelling
(de wetgever wilde het stallen van overtollige
liquiditeiten in het buitenland voorkomen /
passief laag belast inkomen van de vrijstelling
uitsluiten om internationale belastingarbitrage
te voorkomen). Van een dergelijke
laagbelaste deelneming is sprake in geval
de dochtermaatschappij niet is onderworpen
aan een winstbelastingdruk van ten
minste 10% (naar Nederlandse maatstaven
bepaalde belastinggrondslag), de bezittingen
(nuance, het gaat om de bezittingen,
dus geen consolidatie van bezittingen en
schulden!) van de dochtermaatschappij,
onmiddellijk en middellijk, voor ten minste
50% bestaan uit vrije beleggingen en tevens
de dochtermaatschappij is geen vastgoeddeelneming.
Ja, ook hier geldt, als zo vaak,
dat er voor vastgoed specifi eke regelgeving/
bepalingen van toepassing zijn.
Vrije beleggingen zijn beleggingen die niet
redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de
uitoefening van de onderneming van het
lichaam dat die beleggingen bezit. Bij een
verzekeringsmaatschappij zijn de beleggingen
aangehouden ter dekking van verzekeringsuitkeringen
dus geen vrije beleggingen.
Rentedragende banktegoeden en leningen,
e ecten en onroerende zaken kunnen
beleggingen zijn. De gelden aangehouden
in het kader van een oorlogskas worden
niet aangemerkt als vrije belegging. Van een
vastgoeddeelneming is sprake in geval de
bezittingen van de deelneming, op geconsolideerde
basis voor ten minste 90% uit
vastgoed bestaat.
De uitzondering daarop is een deelneming
in een fi scale beleggingsinstelling (fbi). Voor
vastgoed geldt dus nu eens een positieve
uitzonderingspositie. Deze uitzondering is
opgenomen om te voorkomen dat buitenlandse
deelnemingen die vastgoed bezitten
niet voor de deelnemingsvrijstelling in
aanmerking komen indien in het betre ende
buitenland een naar Nederlandse maatstaven
e ectieve belastingdruk zou gelden van
onder de 10%. Indien een belastingplichtig
lichaam een belang heeft van tenminste 5%
heeft in een lichaam, is de deelnemingsvrijstelling
van toepassing op dit bezit onafhankelijk
van de hoogte van de belastingdruk.
Voor de vaststelling van de 90%-grens is in
de parlementaire toelichting opgemerkt dat
de inspecteur een soepele houding dient te
betrachten bij de vaststelling of aan de 90%-
grens voor vastgoedbezit wordt voldaan,
in geval naast vastgoed indien de relevante
lichamen ook nog, tijdelijk, andere bezittingen
hebben. Denk aan liquide middelen
(uit bijvoorbeeld verkopen), maar ook aan
verzekeringsclaims en garantievorderingen
en dergelijke.
Tsja, en dan begint het. Wat is vastgoed, is
vastgoed naar buitenlands recht ook vastgoed
voor de deelnemingsvrijstelling? Voor
de 50%-grens kan een oorlogskas buiten beschouwing
blijven, voor de 90%-grens naar
het lijkt niet. Wanneer is vastgoed een (vrije)
belegging. Als je door de 90%-grens zakt
wordt de e ectieve belastingdruk relevant.
Hoe bepaal je die? Ja, naar Nederlandse
maatstaven.
De Nederlandse winstbepaling verschilt
veelal en nogal van de buitenlandse fi scale
winstbepaling. In buitenland wel afschrijven,
alhier niet (bepalen we dit op jaarbasis
of op basis van de totale winst, in laatste
geval geen verschil). Hoe om te gaan met
herinvesteringsreserves, die je zou kunnen
vormen. Rente-aftrekbeperkingen leidden tot
verschillen in he ngsgrondslag.
Zomaar een paar vragen die bij dit leerstuk
spelen, en dat terwijl de theorie zo simpel
lijkt. De praktijk leert dat het vaak anders is.