- Publicist Harm Tilman gooit opnieuw een steen in de vijver. In een blog op zijn site Vivaarchitectuur.nl pleit Tilman voor een einde aan de bullshit-architectuur, waarbij hij met name doelt op dozen voor data en distributie.
'Terwijl we discussiëren over schoonheid en het onderscheid tussen architectuur en bouwen, verschijnt in het stedelijke landschap een nieuwe categorie: bouwwerken zonder maatschappelijke waarde. Tijd om de focus te verleggen. Laten we weer gaan maken wat we écht nodig hebben.
Het debat over schoonheid in de architectuur rakelt opnieuw de vraag op wat het onderscheid is tussen architectuur en bouwen. Als een gebouw, plein of park kan worden aangemerkt als mooi, onderscheidt het zich van de (lelijke?) rest van de gebouwde omgeving. Dat de laatste eruit ziet zoals ze doet, heeft vooral te maken met de manier waarop ze is geproduceerd. Zowel in de stedebouw als woningbouw is de markt dominant.
Architectuur en bouwen
Maar hoe maak je dat onderscheid? Volgens Vitruvius (85 – 20 v Chr) moet architectuur voldoen aan eisen van firmitas, utilitas en genustas. Ook het traktaat van Leon Battista Alberti (1404-1472), onlangs in Nederlandse vertaling verschenen, biedt aanknopingspunten. Zijn drieslag van lineamenta, spatium en concinnitas vormt een prachtige basis voor architectuur. Maar als je onze steden en dorpen doorkruist, zul je al snel tot de conclusie komen dat een groot deel van de gebouwde omgeving hier niet bij in de buurt komt.
In toenemende mate verschijnt in de gebouwde omgeving architectuur die zich aan het onderscheid van mooi en lelijk lijkt te onttrekken. Toen ik onlangs vanuit mijn woonplaats via Zoetermeer naar Den Haag fietste, viel me plotseling de grote hoeveelheid hallen en gebouwen op die in gebruik zijn voor opslag en distributie van data en goederen. Bouwwerken die zich nauwelijks laten beschrijven in termen van lelijke of mooie architectuur. Bullshit-architctuur lijkt een passender benaming.
Bullshit banen
Ik ontleen het woord bullshit aan het artikel “On the Phenomenon of Bullshit Jobs” dat de antropoloog David Graeber in 2013 publiceerde in het tijdschrift Strike en in 2018 uitwerkte tot een boek. Onder bullshit-jobs verstaat hij werkzaamheden die geen maatschappelijke waarde toevoegen. Ze worden weliswaar goed betaald, maar zijn zo volkomen zinloos, niet nodig of schadelijk, dat zelfs werknemers het bestaan ervan niet kunnen rechtvaardigen.
Volgens Graeber kunnen deze banen op een efficiënte markt niet bestaan. Hij onderscheidt ze van shit-jobs, klotebaantjes. Terwijl de bullshit-banen goed betaald zijn maar vrijwel zinloos, zijn de laatste maatschappelijk buitengewoon nuttig maar slecht betaald. Ze hebben een hogere maatschappelijke waarde, maar beschikken niet over middelen om hogere lonen af te dwingen. Des te meer werk anderen helpt, des te lager is de beloning.
Schaarste versus overvloed
Met dit in gedachten zou je bullshit gebouwen kunnen definiëren als gebouwen die geen maatschappelijke waarde toevoegen aan de gebouwde omgeving. Dat geldt in de eerste plaats voor al die projecten die ontworpen en gebouwd zijn met het oog op lucratieve grondtransacties en investeringen in vastgoed. Dus al die handelingen die rendement op korte termijn mogelijk dienen te maken.
Maar tot bullshit architectuur kun je misschien ook en wellicht nog meer die gebouwen rekenen die in gebruik zijn voor het opslaan en distribueren van de enorme hoeveelheden data en goederen die onze samenleving overspoelen. Het is een overvloed die sterk contrasteert met de schaarste aan woningen, energie, infrastructuur en wetenschappelijke doorbaken.
Hoe kan het dat we wel in staat zijn ongelooflijke hoeveelheden consumptiegoederen te produceren die we misschien een of twee kaar gebruiken en dan achteloos weggooien, en dat het niet lukt om dingen en objecten te realiseren waaraan juist grote behoefte is? Zaken zoals woningen, openbaar vervoer, energienetwerken, gezondheidsvoorzieningen?
Van consumptie naar productie
In het boek Abundance gebruiken de Amerikaanse journalisten Ezra Klein en Derek Thompson het beeld van overvolle pakhuizen met consumptiegoederen om te pleiten een toekomst “waarin we weer maken en uitvinden wat we echt nodig hebben”. Het boek verschuift de aandacht rigoureus van consumptie naar productie, van wat we kunnen kopen naar wat we kunnen maken.
De oplossing voor het woningvraagstuk wordt door Klein en Thompson nadrukkelijk gezocht aan de aanbodkant. Zorg dat je voldoende aanbod creëert, zeggen ze, dan doe je tegelijkertijd ook iets aan de prijzen. Een geweldig idee, maar de markt zal dit nooit laten gebeuren. Ook op het vlak van de instituties en de mensen die aan deze toekomst werken, zal daarom het nodige dienen te veranderen.
Gebeurt dat niet, dan blijven we opgezadeld met bullshit-architectuur.'
Harm Tilman was decennialang hoofdredacteur van De Architect. Nu blogt hij op vivaarchitectuur.nl
