De realisatie van woningbouwprojecten wordt steeds sterker begrensd door schaarste aan ruimte, energie, water, capaciteit en voorspelbaar beleid. Dat blijkt uit het nieuwe onderzoeksrapport 'Perspectief voor de vastgoedsector 2026 – Op zoek naar ruimte voor realisatie' van KPMG.
Voor het onderzoek sprak KPMG met bestuurders uit de gehele vastgoedketen. Van ontwikkelaars en beleggers tot financiers en bouwbedrijven. De rode draad is duidelijk: bestuurders benadrukken dat de grootste uitdaging niet langer ligt bij het formuleren van ambities, maar het uitvoeren van projecten die onder de huidige omstandigheden nog daadwerkelijk haalbaar zijn.
‘De opgaven zijn helder en breed gedeeld, maar de slagingskans van projecten wordt steeds vaker bepaald door een stapeling van beperkingen’, zegt Sander Grunewald, partner Real Estate Advisory bij KPMG. ‘Niet alles kan tegelijk. Juist daarom is focus nodig.’
Uit het onderzoek blijkt dat netcongestie inmiddels direct invloed heeft op investerings- en ontwikkelbeslissingen. Vergunde projecten lopen vertraging op of worden stilgelegd vanwege ontbrekende aansluitingen op het elektriciteitsnet. Tegelijkertijd groeit binnen de sector het besef dat waterschaarste mogelijk het volgende knelpunt wordt. ‘Waar vroeger vooral werd gekeken naar duurzaamheidsprestaties op papier, bepalen energie- en waterbeschikbaarheid nu letterlijk waar nog gebouwd kan worden’, aldus de onderzoekers.
Daarnaast ziet KPMG dat fiscale onzekerheid een steeds grotere rem blijft zetten op investeringen in Nederlands vastgoed. Buitenlandse beleggers trekken zich terug door het ontbreken van een internationaal herkenbaar vastgoedbeleggingsregime, een stabiel en voor internationale investeerders uitnodigend fiscaal en juridisch kader, en door frequente wijzigingen in fiscale regelgeving. Een consistente, meerjarige fiscale agenda is daarom van groot belang. ‘De vastgoedsector heeft behoefte aan voorspelbaar beleid en een concurrerend investeringsklimaat’, concludeert Grunewald. ‘Alleen dan kan voldoende kapitaal worden aangetrokken voor de woningbouw- en verduurzamingsopgave.’
