Gouda kan door met de bouw van (maximaal) 458 woningen in de nieuwe woonwijk Westergouwe. De Raad van State heeft het bezwaar van een veehouder afgewezen.
Het gaat om fase 3b van de nieuwbouw, die in totaal voor 4.400 nieuwe woningen gaat zorgen. De gemeenteraad was in 2024 akkoord gegaan met het plan, waarvoor in 2008 al een bestemmingsplan was vastgesteld. Later zijn er door stedenbouwkundige en infrastructurele aanpassingen per deelgebied nieuwe plannen vastgesteld.
Meer geur uitstoten
Het nieuwe plan voor die fase 3b, te realiseren door Volker Wessels en Heijmans, was tegen het zere been van een boer die een melkveehouderij en een zorgboerderij in Moordrecht exploiteert, vlak naast het plangebied van het bestreden plan. De agrariër stelt dat niet is onderzocht of de geurbelasting in het plangebied aanvaardbaar is en dat er geen rekening is gehouden met zijn uitbreidingsmogelijkheden, die worden beperkt door het plan. Hij mag op grond van zijn vergunning nog 2,5% meer melkkoeien houden en daarbij zijn bouwvlak 100% bebouwen met nieuwe stallen en extra mestruimteopslag, waardoor hij meer geur mag uitstoten.
De gemeenteraad voert aan dat het niet de bedoeling is dat er binnen 100 meter woningen komen; daarvoor is al een herstelbesluit genomen. Maar dat vindt de boer nog steeds te weinig, want daarmee worden bijvoorbeeld tuinen niet uitgesloten en dat zijn ook 'geurgevoelige objecten'. Ze kunnen met name in voorjaar en zomer ook last hebben van activiteiten in het kader van de bemesting. Bovendien kan de gemeente in de nu voorliggende plannen altijd nog besuiten om woningen toe te voegen op plekken waar die nog niet zijn voorzien.
Geurgevoelig object
De Raad van State duikt in de wetboeken om na te gaan wat een 'geurgevoelig object' is en leest: 'Gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. De afstand tussen het bedrijf en de dichtstbijzijnde gronden binnen het plangebied waarop een tuin kan worden aangelegd is ongeveer 70 meter. 'De Afdeling stelt vast dat gelet op de definities zoals omgeschreven [...] een tuin niet een geurgevoelig object is in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zodat de afstandsnorm van 100 meter hier niet geldt.' De gemeente moet zich wel afvragen of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel kan worden voorzien in een aanvaardbaar verblijfsklimaat, zo voegt de raad toe. Maar die neemt genoegen met het betoog van de gemeente dat het belang van woningbouw de doorslag moet geven en dat het met de geuroverlast wel mee zal vallen.
Bovendien heeft de gemeenteraad bij de plannen rekening gehouden met de uitbreidingsplannen van de zorgboer, door bij het bepalen van de zogeheten 'geurcontour;' die het gebied van stankoverlast weergeeft, uit te gaan van de grenzen van het bouwvlak in plaats van het emissiepunt. 'Daarmee wordt een grotere afstand aangehouden ten opzichte van de voorziene woningen dan uit het Activiteitenbesluit milieubeheer voortvloeit.'
Woningbouw belangrijker dan bereikbaarheid
Het bezwaar dat de bereikbaarheid in het geding komt, gaat ook van tafel. Er zouden nieuwe ontsluitingswegen moeten komen, vindt de boer, want de toch al hoge verkeersintensiteit neemt toe. Maar de Raad van State vindt het rapport waarmee de verkeerssituatie is berekend deugdelijk en ziet geen reden om aan te nemen dat daarbij van een onjuit verkeersmodel gebruik is gemaakt. De verkeersintensiteit neemt maar beperkt toe en dat kan het huidige verkeersnetwerk aan. 'Ook stelt de raad zich op het standpunt dat hij beseft dat er door het bestemmingsplan sprake is van een beperkte extra reistijd van 0,5 tot 3 minuten in de spits op de N207 en N457 en dat dit als vervelend kan worden ervaren door [de boer]. Echter weegt de raad het belang van de realisatie van 458 woningen zwaarder dan de beperkte extra reistijd in de spits, gelet op de grote en urgente behoefte aan nieuwe woningen.'
