‘Nog een enorme berg te beklimmen’

Jack van Hoof en Reimar von Meding schuiven aan om met elkaar in discussie te gaan over industrieel bouwen, de aanpak waarmee Gelderland de woningbouwcrisis wil bestrijden. Maar in plaats van een felle discussie ontstaat er een goed gesprek waarin ze met elkaar van gedachten wisselen over hoe industrieel bouwen, dat ze allebei een warm hart toedragen, het best kan worden ingevuld. En dat is nog een flinke uitdaging.

Jack van Hoof is projectleider Industriële Fastlane in de Groene Metropoolregio Arnhem–Nijmegen en betrokken bij het Platform Industrieel Bouwen in Gelderland. Die fastlane moet vergunningsprocessen versnellen door industriële woningbouw, inclusief typegoedkeuring. Het platform bundelt en deelt informatie over industrieel bouwen.

Gelderland neemt op dit thema het voortouw, in de hoop dat er in de rest van Nederland navolging komt. ‘In de strijd tegen het woningtekort zet de provincie Gelderland in op uitnodigingsplanologie en industrieel bouwen met typegoedkeuring. Overheden, woningcorporaties en marktpartijen moeten daardoor veel intensiever gaan samenwerken, zodat het woningbouwproces inclusief voorbereidende fase veel sneller wordt doorlopen’, vertelt Van Hoof. Dit moet Gelderland helpen om de komende tien jaar 140.000 nieuwe woningen te realiseren.

Er zijn voorbeelden van industrieel bouwen in binnen- en buitenland, maar heel gebruikelijk is het volgens Van Hoof niet. De optimale invulling en aanpak vinden is complex. ‘Want het betekent dat iedereen anders moet gaan denken en werken. Dat maakt industrieel bouwen vormgeven en uitrollen lastig’, erkent hij.

Voorstander

Dat sluit aan op het grootste kritiekpunt dat Reimar von Meding heeft over industrieel bouwen. Hij is architect en directeur van KAW, een bureau met een nadrukkelijk sociale signatuur en focus op de bestaande stad. ‘Om misverstanden te voorkomen: ik ben een enorme voorstander van industrieel bouwen. Maar ik erger me aan de manier waarop er invulling aan wordt gegeven. De bouw is in Nederland al heel erg geïndustrialiseerd, maar voor écht industrieel en gestandaardiseerd bouwen is aan de voorkant grootschalige en fabrieksmatige productie nodig. Met de invulling zoals die er nu aan wordt gegeven, ligt de nadruk in mijn ogen te veel op de achterkant van het proces.’

Hij acht de Nederlandse bouwsector vooralsnog niet in staat om de noodzakelijke stappen te zetten om grootschalig industrieel bouwen van de grond te krijgen. Volgens hem kan eigenlijk alleen de overheid langdurig voor een grote stroom aan projecten en gebieden zorgen. Onder die voorwaarden kunnen de vereiste productiestromen op gang komen én blijven draaien. Dat ziet Von Meding alleen niet snel gebeuren, en evenmin ziet hij snel een marktpartij de handschoen oppakken.

De juiste voorwaarden

Van Hoof borduurt daar op voort. ‘Ik ben het met je eens dat de bezettingsgraad en continuïteit in de fabriek die deze gestandaardiseerde woningen moet gaan bouwen essentieel zijn. Anders kan en wil niemand die investering doen. Dat betekent dat je er aan de voorkant de juiste voorwaarden voor moet creëren. Een soepel en vlot vergunningenproces helpt enorm bij vraagsturing aan de voorkant. Dat voor elkaar krijgen vraagt ook weer om heel veel sturing en organisatie. Want je hebt in Nederland honderden gemeentes, die allemaal hun eigen manier van denken en werken hebben. Daarom is het mooi dat Gelderland met behulp van uitnodigingsplanologie nu de eerste stappen zet op dit vlak.’

Overigens hoeft het denken wat Van Hoof betreft niet beperkt te worden tot één fabriek die alle standaardwoningtypen maakt die uiteindelijk overal in Nederland kunnen komen te staan. Hij noemt het ‘open bouwen’-principe van architect John Habraken als mogelijk uitgangspunt. ‘Elk huis heeft dan dezelfde basisconstructie, maar de indeling is aanpasbaar en dat zorgt voor variatie in woningen.’

Knelpunten en oplossingen

De twee blijken het dus op veel punten met elkaar eens te zijn. Ze grijpen het gesprek met elkaar zelfs aan om vooruit te kijken door knelpunten en mogelijke oplossingen voor industrieel bouwen te benoemen.

Von Meding brengt nog een aspect naar voren waarop het concept volgens hem verkeerd wordt benaderd: ‘We hebben in Nederland heel erg de neiging om de oplossing te zoeken bij de bouwbedrijven, omdat die worden geacht te innoveren. Maar als je eerst een soort woning gaat ontwikkelen en dan pas kijkt naar alles eromheen, dan ben je in mijn ogen precies verkeerd om bezig.’ Hij stelt dat de focus te veel ligt op de woning als eindproduct, zonder dat eerst goed is bedacht wie die moet gaan kopen en op welke nieuwe lap grond die eigenlijk moet komen te staan. ‘En dat ook nog eens terwijl de grootste opgave van de komende jaren, waar ook veruit het meeste geld naartoe zal gaan, het realiseren van extra woningen in de bestaande stad is.’

Complexe zoektocht

Van Hoof sluit zich volledig aan bij het standpunt dat het succes van industrieel bouwen voor een groot deel afhankelijk is van een proces dat aan de voorkant staat als een huis. De gesprekspartners zijn het er ook over eens dat er op de weg naar succes nog vele hordes te nemen zijn. Het woord ‘complex’ valt daarbij geregeld. Ze zijn allebei groot voorstander van industrieel bouwen, en wat deze aanpak kan betekenen voor de woningbouw in Nederland. Maar wie moet welke rol pakken en hoe moet daar dan invulling aan worden gegeven? Hoe krijg je, om maar eens een klassieker van stal te halen, alle neuzen dezelfde kant op?

Het uitgangspunt van industrieel bouwen is niet nieuw, maar het is een enorme zoektocht om het in de praktijk te laten landen, zegt Van Hoof. ‘En dat is ook begrijpelijk, want het vraagt om een heel andere manier van denken en werken van alle betrokkenen. We hebben nog een enorme berg te beklimmen om alles aan de voorkant te organiseren. Daarbij is het belangrijk dat er wordt gekeken naar goede voorbeelden, en dat we leren van wat er al werkt. Want vanuit mijn ervaring in andere sectoren kan ik wel zeggen dat dit in de bouw verbazingwekkend weinig gebeurt, terwijl we daar wel enorm profijt van kunnen hebben.’

Von Meding benadrukt nog eens dat industrieel bouwen in zijn beleving alleen succesvol kan zijn als er serieus wordt opgeschaald. Ook vindt hij dat de focus op de verkeerde onderwerpen ligt. ‘De woonvraag van de toekomst gaat niet over koopwoningen of nieuwe wijken. De grootste opgave waar we voor staan, is bestaande wijken vernieuwen en zorgen dat mensen die het minder breed hebben goed kunnen wonen. Dat vraagt om heel andere technische oplossingen dan momenteel door uitvoerende partijen worden bedacht. Pas als de producten aansluiten bij de behoefte, kun je profiteren van de voordelen van industrialisatie. En het duurt zo tien tot vijftien jaar om dat te bereiken.’

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 8, 28 augustus 2026

Laatste nieuws

Evenementen