'Afschaffen overdrachtsbelasting vergroot woonmobiliteit met 40%'

De overdrachtsbelasting vervangen door een periodieke vastgoedbelasting kan de mobiliteit op de huizenmarkt sterk vergroten, stelt UvA-econoom en promovendus Daniel Schmidt.

Volgens Schmidt, die op 8 oktober zijn proefschrift verdedigt, kan de woonmobiliteit via de maatregel met ongeveer 40% worden vergroten zonder dat dat grote gevolgen heeft voor huizenprijzen, huren of het eigenwoningbezit.

Kanttekening is wel dat de manier waarop de belastingverlaging wordt gefinancierd een grote rol speelt. Schmidt concludeert dat het vervangen van de opbrengsten uit de overdrachtsbelasting door hogere inkomstenbelasting de welvaart zou verlagen, omdat de kosten dan onevenredig zwaar op huishoudens met een lager inkomen drukken. 'Zonder een bijbehorende belasting op vastgoed kan dit bovendien leiden tot hogere huizenprijzen en huren.'

Verhuisdrempel

De effecten van een woningbelasting kun je niet alleen beoordelen aan de hand van de belastingopbrengsten, aldus Schmidt. 'De overdrachtsbelasting is een kostenpost die je op een heel specifiek moment betaalt: wanneer je een nieuwe woning koopt. Dat kan mensen terughoudend maken om te verhuizen, ook als een andere woning beter bij hen past. De belasting beïnvloedt dus niet alleen of mensen überhaupt een woning kopen, maar kan ook de doorstroming op de woningmarkt belemmeren: bestaande huiseigenaren zijn daardoor mogelijk minder bereid om te verhuizen.'

Deelonderzoeken

In het proefschrift gaat Schmidt ook in op de vraag waarom veel Amerikaanse huiseigenaren in gebieden met een hoog overstromingsrisico geen overstromingsverzekering hebben. Hij concludeert dat die andere manieren hebben om de financiële klap van een overstroming op te vangen. 'De beschikbaarheid van liquide middelen verandert de waarde die een verzekering biedt.'

Een ander onderwerp is het bestedingsgedrag van oudere werkenden en gepensioneerden nadat zij onverwacht een financiële meevaller hadden ontvangen. Oudere werkenden blijken een kleiner deel van zo'n meevaller uit te geven dan gepensioneerden. 'Als je nog werkt, biedt een financiële meevaller naast uitgeven of sparen nog een andere mogelijkheid: je kunt er tijd mee kopen. Een deel van het geld wordt in feite ingezet om eerder met pensioen te gaan, in plaats van voor consumptie.'

De rode draad in de drie deelonderzoeken is volgens Schmidt dat financiële beslissingen niet alleen worden bepaald door inkomen en vermogen, maar ook door de mogelijkheden die huishoudens hebben om op veranderende omstandigheden te reageren.