Industriële woningen doen nog vaak denken aan containerwoningen, stellen Platform31 en het Expertisecentrum Flexwonen, maar uit onderzoek blijkt dat zowel experts als publiek positief zijn over de snel te bouwen huizen.
Volgens de onderzoekers biedt industrieel bouwen een volwaardig alternatief voor traditionele woningbouw en kan het helpen om de woningproductie te versnellen. Het onderzoek ‘Het imago van woningen uit de fabriek’, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), werd dinsdag aangeboden aan woonminister Elanor Boekholt-O'Sullivan.
Het oordeel over woningen wordt vooral bepaald door ontwerp, materiaalgebruik en uitstraling en nauwelijks door de bouwmethode, zo blijkt uit het onderzoek. Respondenten kregen telkens een traditioneel gebouwde woning en een industrieel vervaardigde woning te zien en moesten aangeven welke zij het mooist vonden. Industrieel gebouwde woningen werden daarbij vaker als mooier beoordeeld: door 54% van de deskundigen en 60% van het brede publiek.
Nauwelijks te onderscheiden
Ook het onderscheid tussen beide bouwmethoden blijkt lastig te maken. Slechts 61% van de deskundigen en 56% van het publiek wist correct aan te geven welke woning in de fabriek was geproduceerd. Daarmee toont het onderzoek aan dat moderne fabriekswoningen visueel nauwelijks verschillen van traditionele woningen, aldus Platform31 en Expertisecentrum Flexwonen.
Volgens de onderzoekers stroken de resultaten niet met het hardnekkige negatieve imago van fabriekswoningen, die beelden oproepen van containerwoningen en noodgebouwen. De kwaliteit van industrieel bouwen is de afgelopen jaren sterk verbeterd, geven de onderzoekers aan, en woningen uit de fabriek zijn duurzaam, goed geïsoleerd en hebben een levensduur die vergelijkbaar is met die van traditioneel gebouwde woningen.
Negatieve beeldvorming kan naar inzicht van de onderzoekers verdere toepassing van industrieel bouwen afremmen, terwijl juist opschaling nodig is om het woningtekort terug te dringen.
