Eefje Voogd: ‘Projectontwikkelaars moeten meer inspelen op groen’

Na een warme zomer neemt de vraag naar ‘groene’ appartementen toe. Een kans voor projectontwikkelaars, meent Eefje Voogd: ‘De programmering van woningbouw kan beter als je de vraag goed kent. Woonconsumenten hechten veel meer waarde aan groen.’

Vijf jaar terug nam marktleider in commercieel vastgoed CBRE de Amsterdamse specialist in appartementen Eefje Voogd over. Voogd heeft hier geen seconde spijt van gehad. Ze kan haar expertise goed kwijt bij CBRE.

Eefje Voogd zit graag in een vroeg stadium van projectontwikkeling aan de tekentafel, of het nu gaat om gebiedsontwikkeling, nieuwbouw of transformatie. Ze heeft naam gemaakt op de Amsterdamse markt, maar werd destijds gevraagd mee te gaan naar Utrecht om te adviseren over Wonderwoods, omdat stedelijke woonwensen die zich in Amsterdam manifesteerden ook een interessante basis bleken voor planontwikkeling elders. Bovendien werd ten tijde van de verkoop van Wonderwoods steeds duidelijker dat Amsterdammers werkten in Utrecht en vice versa door de uitstekende infrastructuur tussen de twee steden. Een paar jaar geleden opende Voogd een tweede kantoor in Utrecht. Ook ziet ze volop kansen in Eindhoven. ‘Grote steden zullen steeds meer naar elkaar toe groeien, en er wordt over en weer gewoond en gewerkt. Ook internationalisering draagt hier aan bij.’

Verticaal bos

De programmering van appartementencomplexen kan beter als je de vraag goed kent, meent Voogd. ‘Woonconsumenten hechten meer waarde aan groen’, zegt ze. ‘Utrecht heeft met Wonderwoods van MVSH-architecten en het Italiaanse bureau van Stefano Boeri (ontwikkeld door G&S&, onderdeel van VolkerWessels, red.), laten zien dat je internationaal mee kunt doen, mits je kwaliteit toevoegt.’ Eindhoven heeft met de Trudo Toren uit 2021 eveneens een icoon met duurzame appartementen.

Voogd maakt de vergelijking met de Zuidas in Amsterdam, waar Valley (van MVRDV met Edge als ontwikkelaar, red.) veel groen uitstraalt. Het idee van een ‘bosco verticale’ is echter niet nieuw. Stefano Boeri startte in 2009 het plan in de wijk Porto Nuova in Milaan. Het gebouw werd ontwikkeld door Hines (ook in Nederland actief bij De Omval). ‘De belangstelling van bewoners voor groen is sindsdien sterk gestegen’, ervaart Voogd.

Wat niet is veranderd, is de voorkeur voor ov-locaties. De auto blijft echter voor een deel van de doelgroep relevant; passende mobiliteitsconcepten kunnen een oplossing bieden wanneer een gebouwde parkeervoorziening ontbreekt.

Echte woonkwaliteit niet herkend

Voogd ziet dat de focus op woonoppervlakte afneemt als er sprake is van mooie (gezamenlijke) buitenruimten zoals dakterrassen en zogenoemde ‘hospitality services’. Daarbij helpt niet dat de zoekmachines op internet – lees Funda – gericht zijn op aantal kamers en vierkante meters – de echte woonkwaliteit wordt in de zoekmachines nog niet goed herkend.

Voogd ziet veel haalbaarheidsstudies naar appartementencomplexen die nog onvoldoende inspelen op deze groene trends. Ze noemt liever geen voorbeelden, ook al omdat geen enkel van de 250 projecten die ze heeft geanalyseerd hetzelfde is. Er zijn echter wel ontwikkelaars die goede voelsprieten blijken te hebben. Ze noemt AM en Ballast Nedam als eerste. AM is onder meer ontwikkelaar van Zoë in Amsterdam, waarvan de bouw inmiddels is gestart.

Project Zoë: stadsappartementen temidden van tuinen
In de Amsterdamse Sluisbuurt komen stad en natuur samen. Onder de naam Zoë zijn 82 appartementen met acht daktuinen én een kadetuin ontwikkeld. Deze ontwikkeling van AM is in de ogen van Eefje Voogd seen voorbeeld van toekomstgerichte appartementencomplexen. Zoë is een schepping van Jos-Willem van Oorschot (VenhoevenCS Architecture), samen met landschapsarchitect Clemens Karlhuber (CS).
Boven op Zoë ligt een ‘bruin dak’, ‘een ruimte waar de natuur haar gang mag gaan’. De folders reppen van ‘meegewaaide zaden die zorgen voor een spontane bloei’, waar bodembroeders zoals de scholekster en visdief een broedplaats kunnen vinden. Ook is er de Heestermantel, een vogelparadijs: ‘Beplant met heesters en vaste planten die vogels aantrekken.’ Zoë heeft ook een Bloemenweide met 240 m² aan kleurrijke bloemen. ‘Je waant je in de natuur, terwijl je midden in de stad bent.’
Sommige appartementen hebben een tuin die aan de bloemenweide grenst, een aantal andere een terras grenzend aan Heestermantel. Verder is er een terras toegankelijk voor alle bewoners en is er een gedeelte onder begeleiding openbaar toegankelijk. Dit terras heeft geen bestrating, maar is ‘ingemaaid’ in de bloemenweide.
De Heesterstruweel, de grote broer van de Heestermantel, biedt een bosachtige omgeving met diverse heesters. ‘Deze tuin biedt beschutting en trekt vogels en insecten aan. Vanuit de kadetuin heb je direct toegang tot de Heesterstruweel.’
Het Fruitstruweel is een met een pergola omzoomde tuin vol klimplanten, grassen en insecten. De kruiden- en grastuin biedt een ‘weelderige, vochtige omgeving die perfect is voor het telen van verse kruiden’. Deze tuin is (deels) toegankelijk voor bewoners en de gevestigde horeca. Ook is er een zogenoemde droge kruiden- en grastuin. In het Moeras-gebied is geen zichtbaar water, maar de planten staan er in een bijna permanent waterverzadigde bodem.
Uit de poëtische omschrijvingen van Zoë blijkt wel dat de projectontwikkelaar van de toekomst zich een nieuwe vocabulaire eigen moet maken.

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 10, 23 oktober 2026

Laatste nieuws

Evenementen