Bouwinvest: ‘Stapeling fiscale maatregelen schrikt buitenlandse beleggers af’

De beperkte instroom van kapitaal is geen gevolg van een zwakke markt, maar van politieke keuzes. ‘De beperkte instroom van kapitaal is een direct gevolg van het fiscale beleid,’ zegt Paul van Stiphout van Bouwinvest.

Nieuw onderzoek van Bouwinvest laat zien dat de Nederlandse woningmarkt door haar decentrale structuur in de basis een sterke haven blijft. Door de unieke spreiding van kapitaal over verschillende steden is het risico hier lager dan in megasteden zoals Parijs of Londen. Toch schrikt de stapeling van fiscale maatregelen internationaal kapitaal af, precies op het moment dat de bouwopgave dit kapitaal hard nodig heeft.

In de Living Market Paper ‘Amsterdam or the Netherlands?’ analyseert Bouwinvest de unieke positie van de Nederlandse woningmarkt binnen het Europese speelveld. Waar landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk afhankelijk zijn van Parijs (64% van de markt) of Londen (34%), vertegenwoordigt Amsterdam slechts 25% van de Nederlandse institutionele woningbeleggingsmarkt. Nederland functioneert als een onderling verbonden netwerk van gelijkwaardige steden zoals Brainport Eindhoven en Den Haag. In monoculturen zoals Londen of Parijs leidt de extreme concentratie van kapitaal tot een ‘alles-of-niets-scenario’: zodra de lokale economie of regelgeving in de hoofdstad hapert, wankelt direct het volledige nationale investeringsklimaat. Deze kwetsbaarheid ontbreekt in Nederland, waar de risico's over meerdere economische kernen zijn verdeeld.

Kracht

De economische cijfers onderbouwen deze kracht. Met een bbp-groei van 1,6% per jaar tussen 2020 en 2024 presteert Nederland beter dan de meeste grote Europese economieën. Tot 2040 wordt voor de belangrijkste Nederlandse regio's een groei van meer dan 32% verwacht. Nederland behoort tot de belangrijkste vastgoedmarkten van Europa vanwege de hoge transparantie en liquiditeit en heeft de tweede institutionele woningmarkt wat betreft de omvang.

Ondanks dit potentieel wankelt het investeringsvertrouwen door de huidige wetgeving, terwijl 100.000 woningen per jaar vraagt om ruim € 40 mrd aan investeringen, jaar in jaar uit. Nederlandse institutionele beleggers hebben de komende jaren naar verwachting € 5 tot € 8 mrd aan totale investeringsruimte voor woningbeleggingen. Een groot gedeelte van het kapitaal zal dus van internationale institutionele investeerders moeten komen. Het wereldwijd belegd pensioenkapitaal is de afgelopen 20 jaar gemiddeld jaarlijks met meer dan 5% gegroeid en is inmiddels ruim € 50.000 mrd. Dat kapitaal zoekt investeringen in stabiele landen met voorspelbare spelregels in combinatie met een helder en ambitieus plan voor economische groei.

Oplossing

Paul van Stiphout, Fund Manager Residential Investments bij Bouwinvest, stelt dat een verbetering van het fiscale klimaat een oplossing kan bieden om een groter deel van die € 50.000 mrd naar Nederland te trekken: ‘Onze data laat zien dat Nederland een rationele veilige haven is voor pensioengeld. Maar de beperkte instroom van kapitaal is een direct gevolg van het fiscale beleid.’

Buitenlandse pensioenfondsen worden nu bijvoorbeeld niet gelijk behandeld in vergelijking tot Nederlandse. Daarnaast ontbreekt een fiscaal gunstig beleggingsregime, wat tot een paar jaar geleden wel bestond. Van Stiphout: ‘Om de bouw van woningen vlot te trekken, moeten dit soort zaken nu dringend worden aangepakt.’

De sterke economische veerkracht en de jaarlijkse groei van het aantal huishoudens bevestigen de lange-termijn potentie. Het rapport onderstreept dat de marktwaarde in Nederland niet uitsluitend leunt op de hoofdstad, maar op de brede economische kracht van het land. Herstel van het fiscale evenwicht is essentieel om deze kracht weer volledig te benutten voor de woningbouw.