Minister Boekholt-O' Sullivan (Volkshuisvesting) kan weinig doen tegen het eventueel uitponden van Vesteda-huurwoningen, maar vertrouwt er tegelijk op dat de rechten van de huurders zijn gewaarborgd.
Dat schrijft ze in antwoord op vragen van SP-Kamerlid Beckerman over de redemptieverzoeken ter waarde van € 4,1 mrd, die dreigen te zorgen voor meer uitponding en minder nieuwbouw. 'Dit baart mij zorgen omdat een gezonde voorraad aan (midden)huurwoningen bijdraagt aan een goed functionerende woningmarkt', aldus de minister.
Ze wijst op Kadastercijfers die aantonen dat er de laatste vijf jaar 114.000 woningen zijn uitgepond - meer dan de jaarlijkse woningbouwopgave. Van deze woningen waren er 62.000 in voormalig bezit van een bedrijfsmatige of institutionele investeerder. 'Desalniettemin is de totale huurwoningvoorraad in handen van private investeerders in de periode 2021-2025 toegenomen van 679.000 naar 752.000 woningen omdat investeerders ook woningen toevoegen via nieuwbouw.'
'Private investeerders essentieel'
Het ministerie heeft verschillende malen contact gehad over de gevolgen van de redemptieverzoeken met Vesteda en met institutionele beleggers als APG, zo laat Boekholt weten. Ze vindt niet dat het overlaten van volkshuisvesting aan de markt een fundamentele vergissing is geweest, zoals Beckerman suggereerde.
'Private investeerders zijn essentieel voor voldoende huurwoningen in het midden- en vrije segment. Het midden- en vrije segment zijn naast de sociale huursector belangrijk voor een goed functionerende woningmarkt. De huurmarkt is op diverse wijze gereguleerd om huurders te beschermen, bijvoorbeeld via de Wet betaalbare huur of de begrenzing van de jaarlijkse huurverhoging. Op deze wijze wordt zowel de kracht van publieke als private partijen benut.'
Rechten huurders beschermd
De huurcontracten van de bestaande huurders zijn niet in gevaar, aldus de minister. 'Wanneer de verhuurder de woning wil verkopen aan een eigenaar-bewoner, kan dit pas als de (tijdelijke) huurovereenkomst van de huurder afloopt, of als de huurder zelf wenst te vertrekken.'
Beckerman vindt dat Vesteda's woningen primair een 'rendementsartikel voor pensioenfondsen en verzekeraars' zijn en dat dat niet te rijmen is met de grondwettelijke plicht van de overheid om voldoende woongelegenheid te bevorderen. Boekholt ziet dat anders: 'Institutionele beleggers spelen traditioneel een belangrijke rol bij de financiering van vooral huurwoningen, gezien hun lange beleggingshorizon en behoefte aan stabiele, inflatiebestendige rendementen. Gezien de grote woningbouwopgave zijn investeringen van (buitenlandse) institutionele investeerders onmisbaar.'
Geen extra instrumenten tegen uitponding
De overheid heeft weinig middelen in handen om te voorkomen dat huurwoningen van Vesteda na verkoop worden omgezet naar koopwoningen. 'Naast het huurrecht heeft het kabinet beperkt instrumenten om uitponding te voorkomen. Bij corporaties zijn er daarentegen wel verkoopregels. Het kabinet zet wel in op een verbetering van het investeringsklimaat zodanig dat het aanbod van huurwoningen weer kan toenemen.' Er is geen wet die Vesteda kan verplichten om woningen als eerste aan woningcorporaties of gemeenten aan te bieden. 'Het is niet aan mij als minister aan wie private investeerders hun woningen doorverkopen en door wie huurwoningen worden verhuurd. Het gaat erom dat de verhuurder voldoende zorg draagt voor de leefbaarheid van diens woningen en zich houdt aan de geldende wet- en regelgeving, zoals de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur.'
Om het investeringsklimaat te verbeteren heeft het kabinet onder meer al afgesproken dat de overdrachtsbelasting voor verhuurders naar 7% gaat. Naast deze maatregelen wordt de tijdelijke nieuwbouwopslag voor middenhuurwoningen voor vier jaar verlengd, waardoor investeerders voor een langere periode extra ruimte krijgen voor de bouw van nieuwe middenhuurwoningen. Boekholt kondigt verder aan dat het komende Actieplan van de Taskforce Versnelling Woningbouw meer maatregelen bevat om het investeringsklimaat voor het creëren van nieuwe, betaalbare huurwoningen te verbeteren. Daarnaast wordt ook gewerkt aan plannen om de positie van woningcorporaties te versterken.
