Met de val van het kabinet Balkenende lijkt de invloed van de onroerendgoedsector op het overheidsbeleid te tanen. Pim Fortuyn had in die wereld goede contacten. Ed Maas van VHS had net de sanering van de LPF ter hand genomen. Van die onroerendgoedmaatschappij herinner ik me overigens nog de roerige tijden van voordat de heer Maas het reorganiseerde.
Met de val van het kabinet Balkenende lijkt de invloed van de onroerendgoedsector op het overheidsbeleid te tanen. Pim Fortuyn had in die wereld goede contacten. Ed Maas van VHS had net de sanering van de LPF ter hand genomen. Van die onroerendgoedmaatschappij herinner ik me overigens nog de roerige tijden van voordat de heer Maas het reorganiseerde.
door Paul Frentrop, directeur van Déminor Nederland, adviseur van minderheidsaandeelhouders in beursgenoteerde ondernemingen en familiebedrijven.
Onder de aandeelhouders die er toen bekaaid afkwamen, was de Haagse PvdA-wethouder Gerard van Otterloo. Het gokje van een socialist in onroerend goed pakte toen slechter uit dan eenzelfde, maar beter getimed gokje van een VVD’er, die hem waarschijnlijk op de beleggingskansen attent had gemaakt. Dat zal niet onopgemerkt zijn gebleven bij zijn toenmalige collega-wethouder Arie Duijvestein, die nu in de Tweede kamer de bouwspecialist van de PvdA is. Ik vraag me altijd af hoe Duijvestein aankijkt tegen de opkomst en ondergang van Maas in de landelijke politiek. We hoorden daar weinig over. Dat is jammer. Want hoewel de scheiding tussen links en rechts volgens de historicus Francis Fukayama achterhaald is, sinds de val van de Berlijnse muur het falen van de socialistische economische politiek heeft aangetoond, is de manier waarop naar onroerend goed wordt gekeken nog steeds fundamenteel verschillend bij VVD’ers en PvdA’ers.
VVD’ers zien onroerend goed alleerst als handel of belegging. Socialisten richtten zich op de volkshuisvesting. Op dat gebied zijn successen geboekt, sinds de grote Wibaut zich daar aan het eind van de vorige eeuw mee bemoeide. De huisvesting van de armsten onder ons is sindsdien qua comfort aanzienlijk verbeterd. Daar staat tegenover dat de sfeer die de grote woningcomplexen, van Bijlmermeer tot Vinex-wijken, uitstralen, niet getuigt van enig esprit. Kwantiteit had altijd voorrang boven de kwaliteit van de woonomgeving. Rondblikkend door Nederland mogen we concluderen dat iedereen een dak boven z’n hoofd heeft, maar dat het land er niet mooier op is geworden. Jaap Modder, voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting, vindt dat we nieuwe dorpen moeten bouwen, omdat een kwart van de Nederlanders het liefst in een dorp woont. Maar dat doen we niet. Desalniettemin is de vraag naar die lelijke woningen nog groter dan het aanbod. Het marktmechanisme doet dan zijn kille werk. De gemiddelde prijs van een woning is onder paars sterker gestegen dan de koopkracht. Op basis van één modaal salaris is het voor een jonggehuwd stel vrijwel onmogelijk om een huis te kopen, zelfs niet bij de huidige lage rentestand. Een cynicus zou concluderen dat het VVD-denken het dus ook in de volkshuisvesting van het PvdA-denken heeft gewonnen. Want de PvdA onder aanvoering van Duijvestein vond het niet voldoende dat een ieder een niet-lekkend dak boven zijn hoofd had, iedereen moest ook een huis kunnen kopen. Niet alleen krijgt bijna eenderde van de huurders huursubsidie om in een te duur huis te kunnen wonen. Ook wie een huis wil kopen, maar dat niet kan betalen, kan subisidie krijgen.
Het valt dus te verwachten dat de PvdA de nieuwe woningnood zal aangrijpen om stemmen te trekken. Dat zal nog wel enige geestelijke souplesse vergen, want het streven naar betaalbare woningen staat haaks op het tot vlak vóór de vorige verkiezingen beleden standpunt dat Nederland een immigratieland is. Ook immigranten moeten immers gehuisvest worden. “Nederland is te vol, overvol’ stelde CDA-Tweede Kamerlid Van Wijnen, wat hem in april tijdens het debat over de Vijfde Nota Ruimtelijke ordening van minister Pronk vele verwijten opleverde.
De enige die beide thema’s ook na de vorige verkiezingen nog wel met elkaar verbindt is Marcel van Dam, die stelt: 'Volkshuisvestingsbeleid bestaat niet meer. De vrije markt zorgt voor het ontstaan van villawijken voor de rijken en getto’s voor de onderklasse.” Volgens hem is om de problemen van de multiculturele samenleving op te lossen nodig om allochtonen verplicht her en der in het land te huisvesten. Ik vermoed echter dat de PvdA dit standpunt niet als een verkiezingsthema zal gebruiken.
