In Rotterdam gingen politici in debat over de toekomst van de gebouwde omgeving. Aan meningen geen gebrek over dossiers als hergebruik versus nieuwbouw en de reductie van materiaalgebruik. Maar namens organisator Group A signaleerde Willem van Genugten bij veel partijen ook een houding die niet past bij de huidige situatie en de grote uitdagingen die er zijn.
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 3, 27 maart 2026
Group A organiseerde onlangs in Rotterdam een debat over de toekomst van de gebouwde omgeving. Namens diverse politieke partijen werd in een Lagerhuis-opstelling per thema in verschillende samenstellingen discussie gevoerd. Plaats van handeling was het Keilepand, waar Group A zelf ook gevestigd is. Dit ontwerpbureau voor architectuur, interieur en stedenbouw denkt met het Carbonlab actief na over het verkleinen van de voetafdruk van eigen projecten.
De debatreeks Carbon Stories wordt samen met KeileCollectief en Klimaatacademie Rotterdam georganiseerd om het CO2-thema op de kaart te zetten en te houden. ‘Het Grote CO2 Verkiezingsdebat’ was eind februari onderdeel van de Carbon Stories-reeks. Een kleine maand voor de gemeenteraadsverkiezingen namen veel partijen de uitnodiging om mee te praten graag aan. Omdat de deelnemers de volle breedte van het politieke spectrum vertegenwoordigden, liepen de meningen en bijbehorende uitspraken logischerwijs nogal uiteen.
Drie thema’s werden elk ingeleid door een expert, waarna eerst een uitgebreid debat volgde en daarna een kort flitsdebat waarin de lokale politici standpunten konden uitwisselen. Daarin werden ze goed bij de les gehouden door de messcherpe moderator Geert Maarse, die meer dan eens met een paar onderbouwde opmerkingen duidelijk maakte dat niet iedere deelnemer even goed beslagen ten ijs was gekomen.
Nieuwbouw of hergebruik?
Het eerste thema draaide om de vraag: willen partijen vol inzetten op nieuwbouw of op hergebruik van bestaande gebouwen, en hoe willen ze dat voor elkaar krijgen? Sanne van Manen van Studio Meent en Platform Woonopgave schetste de uitdaging in een regio met 100.000 woningzoekenden: ‘Met bouwen alleen redden we het niet.’ Gelukkig zijn er ook vele woningen te ‘vinden’ door verdichten, splitsen, transformeren en uitbreiden. Dat is betaalbaarder, effectiever en levert grote carbonwinst op, schetste Van Manen.
Zij wilde van de partijen weten of ze bereid zijn tot ‘niet slopen, tenzij’, hard ingrijpen tegen leegstand en via nieuwe wijkaanpak vol inzetten op het vinden van nieuwe woningen. Heel concrete antwoorden kwamen daar niet op. De een vond de insteek ‘niet slopen, tenzij’ te dogmatisch, de ander zag vooral veel in een combinatie van hergebruik en nieuwbouw en een derde zei betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen simpelweg belangrijker te vinden dan ‘het hele CO2-verhaal’.
Minder materiaal, meer circulariteit
Na de tweede sessie over duurzame mobiliteit in relatie tot een prettigere woonomgeving, ging de derde debatronde over het reduceren van conventioneel materiaalgebruik en het stimuleren van circulariteit en hergebruik. Na een kort college door Jacob van Rijs van MVRDV Architects, dat onder meer bekend staat om zijn vele hoogbouwprojecten, gingen de deelnemers in debat over hoger versus lichter bouwen, circulariteit bevorderen en zorgen dat gebouwen langer meegaan.
Daarbij werd onder meer geopperd dat hoogbouw misschien niet de meest duurzame oplossing is, maar wel een heel praktische, omdat je er simpelweg veel mensen in kunt huisvesten en voorzieningen in kunt onderbrengen. Verduurzamen zit hem nu ook nog niet in een reductie van beton, want daar valt of staat hoogbouw simpelweg mee, maar meer in zorgen dat gebouwen langer meegaan en duurzamer bewoond en geëxploiteerd kunnen worden. En hoogbouw is volgens meerdere debaters ook gewoon mooi en echt Rotterdams, voor hen redenen om er vooral mee door te blijven gaan.
‘CO2-kennis soms volstrekt afwezig’
Desgevraagd terugkijkend op het debat en de uitspraken die erin werden gedaan, was het Willem van Genugten van Group A opgevallen dat het kennisniveau over CO2 in de gebouwde omgeving sterk varieerde. ‘In het publiek was dat niveau hoog en bij de politici gemiddeld tot volstrekt afwezig’, stelde hij vast. ‘Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. De politiek moet in mijn ogen beschikbare informatie en kennis inzetten om concreet langetermijnbeleid te maken dat goed is voor burger, maatschappij en bouwsector.’ Dat hierin geen tegenstelling verscholen zit, legden verschillende experts voorafgaand aan ieder debatblok kort en bondig uit.
Van Genugten benadrukte dat op relatief korte termijn vooral woningen in de bestaande leefomgeving te vinden zijn tegen lagere kosten en minder CO2-uitstoot dan wanneer er grootschalig nieuw wordt gebouwd. ‘Dus transformeren, splitsen en optoppen in plaats van bouwen, bouwen, bouwen. Als je dan toch nieuwbouw pleegt, dan kan dat met een goede business case en een veel kleinere CO2-footprint dan waar nu vaak sprake van is. Weinig of geen kennis hebben is dus geen excuus om geen duidelijk beleid voor te stellen.’
Parijs-akkoord verscheuren
En die insteek kon hij niet echt rijmen met hoe diverse partijen voor de dag kwamen tijdens het debat. ‘ChristenUnie en CDA hadden zich helemaal niet voorbereid en vielen echt door de mand. Best gek voor partijen die prat gaan op goed rentmeesterschap. Leefbaar Rotterdam stelde simpelweg voor om het Parijs-akkoord te verscheuren omdat het een gezonde concurrerende economie in de weg staat. En de VVD wil alle klimaatambities parkeren totdat er genoeg gebouwd is.’
Volgens Van Genugten was de houding van die partijen tekenend voor hoe de huidige situatie überhaupt is ontstaan. Hij stelde dat de grote vraagstukken in de gebouwde omgeving – woningproductie, landgebruik, stikstof, CO2, waterkwaliteit en sociale problemen – decennialang niet integraal zijn opgepakt. ‘Daardoor zijn we in deze bende terechtgekomen, en sommige partijen willen daar doodleuk mee doorgaan. Juist door die vraagstukken met visie aan elkaar te koppelen, kunnen deze problemen samen aangepakt worden. SP, PvdA en Volt brachten dat goed voor het voetlicht.’
Een groot deel van de bouwsector heeft het genuanceerde verhaal en de geïntegreerde aanpak allang omarmd, stelde Van Genugten. ‘Het aantal investeerders, ontwikkelaars, ontwerpers en aannemers die zweren bij zaken als verdichting, sociaal inclusief bouwen en hergebruik groeit als kool. De transitie heeft enorm momentum. Als Rotterdam model staat voor heel Nederland, lopen veel politici daar blijkbaar nog flink op achter.’
