Waarom CBRE IM de Haagse V&D nieuw leven inblies

De oude V&D, kortstondig Hudson’s Bay, in Den Haag is een nieuw leven ingegaan als Universiteitscampus Spui. Het is een uitkomst waar zowel gebruikers als beleggers wel bij varen.

De voormalige V&D en Hudson’s Bay aan het Spui 5 in het centrum van Den Haag is onlangs opgeleverd als moderne universiteitscampus. In opdracht van CBRE Investment Management (CBRE IM) heeft Van Wijnen dit bijna honderd jaar oude gebouw getransformeerd tot een duurzaam kenniscentrum voor de Universiteit Leiden en partners TU Delft, Open Universiteit, LUMC en Universiteiten van Nederland.

Drie verschillende panden

In de Haagse binnenstad was V&D gevestigd in drie verschillende panden uit verschillende tijdvakken op drie verschillende adressen die aan elkaar waren geplakt: Grote Marktstraat, het Spui en de Spuistraat. In totaal ging het om zo’n 30.000 m² winkelvloeroppervlakte.

Aan het Spui staat het karakteristieke V&D-pand uit 1927 met monumentale waarde. Dit is getransformeerd tot 20.000 m² ruimte aan collegezalen, leslokalen, studieruimtes en kantoren. Ook is er een fitness voor de studenten en een flinke fietsparkeerkelder voor 1000 fietsen. Een leuke catch is het dakterras met uitzicht op het Binnenhof op de zesde verdieping, dat grenst aan een ruimte waar geborreld en gekookt kan worden door de studenten en het personeel.

De monumentale gevel van de oude V&D is in ere hersteld. Ook andere historische elementen, zoals de kenmerkende gele tegels in het trappenhuis en de oude V&D-etalage, zijn behouden als eerbetoon aan de rijke geschiedenis van het pand. De plint aan de Spuistraat is en wordt ingevuld met retail, horeca en andere voorzieningen.

Lees ook: De erfstukken van V&D

Extra levendigheid

De keuze voor de herbestemming van een groot deel van het complex als universitaire campus lijkt wat vreemd voor CBRE IM, dat doorgaans niet in onderwijshuisvesting of campussen actief is. Volgens Sarah Vehmeijer, asset manager retail bij de institutionele belegger, is de invulling echter een uitkomst voor zowel Den Haag als CBRE IM. ‘Voor de gemeente was dit een kans om de universiteitscampus te laten landen in de binnenstad en zo meteen levendigheid toe te voegen. Wij kijken altijd naar een duurzame invulling van onze assets. In dit geval was dat een mix van een kantoorfunctie met retail beneden. In Maastricht lag bij onze oude V&D een mix van woningen en retail meer voor de hand.’

Met deze opening krijgt de Universiteitscampus Spui een nieuwe bestemming en een belangrijke rol in het centrum van Den Haag. Dagelijks zullen ruim 4000 studenten en medewerkers het gebouw gebruiken. De combinatie van onderwijs, retail en horeca moet bijdragen aan extra levendigheid in de binnenstad en ondersteunt de ambitie van de Hofstad om zowel een leefbare stad als een toonaangevende kennisstad te zijn. ‘Deze oplevering betekent de start van een nieuw leven voor dit bijna honderd jaar oude gebouw. Waar ooit het warenhuis het kloppend hart van de stad was, ontstaat nu een bruisend centrum voor kennis, ontmoeting en samenwerking’, zegt Marije Braam-Mesken, portfolio manager bij CBRE IM.

Snelle transformatie

Vehmeijer roemt de snelheid van de transformatie van het warenhuis naar eigentijdse campus. ‘In het najaar van 2019 kondigde Hudson’s Bay zijn vertrek aan, in 2022 lag er een contract met de opleidinstituten, in 2023 zijn we begonnen met bouwen en inmiddels maken de eerste studenten er al gebruik van.’

Daarmee is de Haagse herbestemming toch niet de snelste. De transformatie van de oude V&D/Hudson’s Bay in hartje Rotterdam door Neoo naar AIR Offices was een jaar geleden al afgerond. ‘Ook een heel mooie transformatie, aan de voet van onze Koopgoot’, stelt Vehmeijer. ‘Al hadden wij in Den Haag op voorhand al het complete pand in zijn nieuwe bestemming verhuurd en was dat in Rotterdam nog niet het geval.’

Volgens Braam leverde het dossier V&D/Hudson’s Bay de institutionele belegger in eerste instantie de nodige buikpijn op. ‘Ga er maar aan staan. Begin 2016 was het over en sluiten voor V&D en later dat jaar kwam Hudson’s Bay er in. Vanaf 2017 waren wij eigenaar, als onderdeel van een voormalige geherkapitaliseerde portefeuille van IEF Capital. Eind 2019 moesten we opnieuw op zoek naar een huurder, toen bleek dat ook Hudson’s Bay het niet ging redden.’

Doordachte invulling

CBRE IM nam bewust extra tijd om tot een werkelijk doordachte, alternatieve en duurzame invulling te komen. In dat kader ging de belegger in gesprek met de gemeente en diverse adviseurs, waaronder NDRP Real Estate, om te onderzoeken welke functie een waardevolle aanvulling zou kunnen vormen op het bestaande aanbod in de Haagse binnenstad. De eigenaar streefde er nadrukkelijk naar een plek te creëren die ook buiten de traditionele winkeltijden voor levendigheid zorgt, nieuwe doelgroepen aantrekt en bijdraagt aan de vitaliteit van de gehele binnenstad. Dat Den Haag zich steeds sterker profileert als universiteitsstad en dat de Universiteit Leiden op zoek was naar extra ruimte in de Hofstad, kwam daarbij als een welkome samenloop van omstandigheden.

Bij de Haagse vestiging was dispositie van het winkelpand nooit echt een optie, terwijl andere oude V&D- en Hudson’s Bay-vestigingen zoals in Zwolle wel werden verkocht. Braam: ‘We treden op als eindbelegger namens langetermijninvesteerders. Bij het bepalen van een strategie voor een leegstaand winkelpand draait het om een bestendige toekomst. Er wordt behalve naar rendement ook gekeken naar onder meer sociale aspecten en duurzaamheid van een alternatieve aanwending. Het complete plaatje moet kloppen.’ Daarbij geldt volgens Braam geen standaard werkwijze, omdat het zeker bij de grotere assets gaat om panden die niet standaard zijn. ‘Of we een winkelpand behouden, transformeren of verkopen verschilt per gebouw, per case en per locatie.’

Hoge duurzaamheidsambitie

Bij de aanpak van het Haagse bezit zijn kosten nog moeite gespaard. Het gebouw is ontworpen met een zeer hoge duurzaamheidsambitie. Vrijwel alle gevels en daken zijn vernieuwd volgens de eisen voor nieuwbouw, inclusief hoogwaardig triple glas. Dit zorgt voor een optimale isolatie en een energiezuinige gebouwschil. Het resultaat is een gebouw dat niet alleen toekomstbestendig is, maar ook uitzonderlijk – met een energielabel A+++ –presteert voor een binnenstedelijke transformatie.

Niet alleen de techniek, maar ook de sociale component is belangrijk geweest. Zo zijn er diverse gemeenschappelijke ruimtes, zoals de Beehive, de gym en de Common Room, die bijdragen aan welzijn, ontmoeting en sociale duurzaamheid. Ook aan de S van ESG is gedacht.

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 2, 27 februari 2026

img
Adjunct-hoofdredacteur
Profiel