Vraagtekens bij Belle van Zuylen-toren

Minister Jacqueline Cramer vindt de 262 meter hoge toren ‘Belle van Zuylen’ in de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn niet de juiste toren op de juiste plek. Dat heeft ze verklaard in reactie op het advies van de Rijksbouwmeester Mels Crouwel over de plannen van Burgfonds voor de bouw van de woon- en kantoortoren, die de hoogste van de Nederland moet worden. Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 15

Minister Jacqueline Cramer vindt de 262
meter hoge toren ‘Belle van Zuylen’ in de
Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn
niet de juiste toren op de juiste plek. Dat
heeft ze verklaard in reactie op het advies
van de Rijksbouwmeester Mels Crouwel
over de plannen van Burgfonds voor de
bouw van de woon- en kantoortoren, die
de hoogste van de Nederland moet worden.

Gepubliceerd in Propertynl Magazine 2007 nr. 15


Minister Jacqueline Cramer vindt de 262
meter hoge toren ‘Belle van Zuylen’ in de
Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn
niet de juiste toren op de juiste plek. Dat
heeft ze verklaard in reactie op het advies
van de Rijksbouwmeester Mels Crouwel
over de plannen van Burgfonds voor de
bouw van de woon- en kantoortoren, die
de hoogste van de Nederland moet worden.
Cramer volgt het negatieve advies van de
Rijksbouwmeester. Zo vraagt de minister
zich af of de toren past in de omgeving waar
hij is gepland, vooral omdat er in de buurt
overwegend laagbouw staat en het gebied
grenst aan het open gebied van Groene
Hart. De geplande toren, zo becijferde het
Ruimtelijk Planbureau, zal over een afstand
van meer dan zestig kilometer te zien zijn.
Haar woordvoerder wijst erop dat er Kamervragen
zijn gesteld, maar dat de gemeente
Utrecht het laatste woord heeft over het afgeven
van een bouwvergunning. Wel wordt
er vanuit gegaan dat de gemeente Utrecht
waarde hecht aan de mening van ‘Den
Haag’. De gemeente wil niet reageren op
het advies. Het oordeel van Crouwel wordt
nog bestudeerd. Eerder toonden zowel het
college van burgemeester en wethouders
als de raadscommissie voor stedelijke ontwikkeling
zich positief over de haalbaarheid
van het project.
Cramer heeft de Rijksbouwmeester ook
nog om advies gevraagd hoe voortaan om
te gaan met hoogbouw. Het is niet duidelijk
wanneer dat advies beschikbaar is. Het departement
benadrukte daarbij dat de minister
‘absoluut niet tegen hoogbouw’ is. Het
kan een oplossing bieden bij het zoeken van
een balans tussen een meer open landschap
en het voldoen aan bepaalde bouwdoelstellingen.
BP