Visser: Bouw 20.000 sociale huurwoningen en stop de 'stoelendans'

De woningmarkt kampt niet met een statushoudersprobleem, maar met een structureel tekort aan betaalbare woningen. Dat stellen drie zwaargewichten uit de hoek van de volkshuisvesting in het rapport 'Van stoelendans naar woonkans'. 

De auteurs zijn Adriaan Visser, voormalig wethouder in Rotterdam en oud-directievoorzitter van Brink, Ger Peeters, voormalig bestuursvoorzitter van Wonen Limburg en voormalig bestuurslid van Aedes, en Martijn Balster, oud-wethouder volkshuisvesting, wijken en welzijn in Den Haag.

In opdracht van Aedes, de VNG, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzochten zij hoe de huisvesting van statushouders kan worden versneld zonder de woonkansen van andere woningzoekenden verder onder druk te zetten.

In het rapport pleiten zij voor de bouw van 20.000 extra sociale huurwoningen en een andere inzet van miljarden euro's aan noodbudgetten. Volgens de auteurs verblijven duizenden statushouders langer dan noodzakelijk in asielzoekerscentra doordat de uitstroom naar woningen stokt. Tegelijkertijd groeit de druk op de sociale huurvoorraad door de toenemende vraag van andere aandachtsgroepen, zoals spoedzoekers, jongeren, ouderen en mensen die uit een zorginstelling uitstromen.

In het rapport spreken de auteurs van een 'stoelendans met steeds meer deelnemers en steeds minder stoelen'. Volgens hen is het politieke debat over voorrang vooral een symptoom van een dieper liggend probleem: de sociale huurvoorraad is onvoldoende meegegroeid met de vraag en is in veel regio's zelfs afgenomen.

20.000 woningen in drie jaar

Om de impasse te doorbreken stellen Visser, Peeters en Balster voor om binnen drie jaar 20.000 extra sociale huurwoningen te realiseren. Daarbij denken zij vooral aan industrieel geproduceerde conceptwoningen die snel kunnen worden gebouwd en een levensduur hebben van tientallen jaren.

De auteurs rekenen voor dat dit neerkomt op gemiddeld zo'n zestig woningen per gemeente. Een deel daarvan kan worden ingezet voor statushouders, terwijl de overige woningen beschikbaar komen voor andere woningzoekenden. Daarmee moet volgens hen het draagvlak voor de huisvesting van statushouders worden vergroot.

Noodbudgetten naar woningbouw

Een van de opvallendste aanbevelingen is het inzetten van een deel van de middelen die nu naar tijdelijke opvang en noodmaatregelen gaan voor permanente woningbouw. Volgens het rapport wordt jaarlijks circa €2,4 mrd besteed aan noodoplossingen in de opvangketen.

De auteurs stellen dat een verschuiving van een deel van die middelen naar woningbouw een structurelere oplossing biedt dan het telkens uitbreiden van tijdelijke opvangcapaciteit.

Beter benutten bestaande voorraad

Naast nieuwbouw pleiten de kwartiermakers voor een betere benutting van de bestaande woningvoorraad. Zij wijzen onder meer op woningdelen, woningsplitsing, optoppen van bestaande gebouwen, transformatie van leegstaand vastgoed en het toevoegen van woningen boven winkels.

Ook vragen zij meer aandacht voor begeleiding en participatie van statushouders. Gemeenten die vanaf dag één investeren in integratie, taal en begeleiding boeken volgens het rapport aantoonbaar betere resultaten bij de huisvesting en inburgering.

Kritiek op huidige regie

Daarnaast pleiten de auteurs voor meer centrale regie en een landelijk ontzorg- en interventieteam dat gemeenten ondersteunt bij woningbouwprojecten. Corporaties moeten volgens hen meer ruimte krijgen om te investeren in sociale huur.

Ook plaatsen zij kanttekeningen bij de huidige uitwerking van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Volgens de auteurs ontbreken daarin voldoende waarborgen voor een daadwerkelijke groei van de sociale huurvoorraad.

De centrale boodschap van het rapport is dat de discussie over voorrang uiteindelijk alleen zal verstommen wanneer het aanbod van betaalbare woningen substantieel groeit. Niet het verdelen van schaarste, maar het verkleinen ervan moet volgens Visser, Peeters en Balster centraal staan.

Schaarste anders verdelen

Daarmee nemen de auteurs ook afstand van de lijn van voormalig woonminister Mona Keijzer. In zijn toelichting op het rapport stelt Visser dat de voortdurende discussies over voorrang voor statushouders 'vooral verdeeldheid zaaien en het gevoel van verdringing versterken'. Volgens de oud-Brink-topman en zijn mede-auteurs kan de spanning op de woningmarkt alleen worden verminderd door fors meer sociale huurwoningen toe te voegen, in plaats van de schaarse voorraad anders te verdelen.

img
Adjunct-hoofdredacteur
Profiel

Laatste nieuws

Evenementen