Net te laat. Dat moet de conclusie zijn van wethouders die in het kielzog van de minister van Volkshuisvesting de Expo Real in München bezochten.
Nu is dat flauw om te zeggen, want al jaren hameren we erop dat het zo belangrijk is dat de overheid zich laat zien op grote vastgoedbeurzen als de Expo Real, de Mipim in Cannes en de Provada in Amsterdam. Zonder vertrouwen in een overheid, geen vastgoedontwikkeling.
Maar vertrouwen gaat te paard, zoals we kunnen zien in Berlijn, waar verkiezingswinnaar ‘Die Linke’ inzet op onteigening. Met dat recept weten we zeker dat het niet lukt om de woningnood tegen te gaan. In Nederland zijn bij Pro ook steeds meer geluiden hoorbaar om commerciële partijen van de woningmarkt te weren, maar hier gaapt gelukkig nog kloof tussen woord en daad. Pro zit niet in de regering en heeft een verdeelde achterban. De oude PvdA-garde kent juist veel huisvesters die in samenwerking met de markt de leegstand hebben teruggebracht.
Nederland staat niet aan de vooravond van onteigening, maar kent wel twee grote minpunten. Het begint buitenlandse partijen meteen al te duizelen bij de normen voor onze woningen. Landelijk is die norm 33% vrije sector, 30% sociale huur en 37% ‘betaalbaar overig’. Als een belegger dit al snapt, moet je vertellen dat dit ‘landelijke’ plaatje niet geldt in Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven – kortom, alle steden waarin buitenlandse beleggers mogelijk interesse hebben. Amsterdam en Utrecht willen slechts 20% vrije huur toestaan, Eindhoven 26% en Den Haag 30%. Dat soort postzegelpolitiek is doorgaans niet besteed aan beleggers.
Nog belangrijker voor de buitenlanders is de praktijk. Hoe gaat het met Neerlands belangrijkste woningbelegger, Vesteda? Als ons grootste pensioenfonds ABP al geen succes heeft samenwerken met dit vehikel met 28.000 woningen, wie dan wel? In maart bleek dat overwegend buitenlandse beleggers (maar ook het ABP) het liefst € 4,1 mrd aan het fonds zouden onttrekken. Met kunst en vliegwerk werd dit bedrag op 1 juli teruggebracht tot € 765 mln, te betalen voor 1 maart 2027. Nu, in het najaar, blijkt de strijd tussen beleggers en obligatiehouders nog niet gestreden. Dat is niet alleen slecht voor het imago van Vesteda, maar is ook een slechte aanbeveling voor de Nederlandse woningbeleggingsmarkt.
De kans dat Vesteda zelf kopers kan aantrekken wordt met dag kleiner, omdat de angst voor rentestijging toeneemt. Dat is voor veel institutionele beleggers hét signaal om vastgoed te verkopen.
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 10, 23 oktober 2026
