AMSTERDAM - Als een verhuurder start met tijdelijke verhuur moet voorgenomen sloop of renovatie ook werkelijk binnen de maximale termijn van de leegstandswet plaatsvinden. Anders loopt hij het risico dat zittende bewoners zich kunnen beroepen op huurbescherming.
AMSTERDAM - Als een verhuurder start met tijdelijke verhuur moet voorgenomen sloop of renovatie ook werkelijk binnen de maximale termijn van de leegstandswet plaatsvinden. Anders loopt hij het risico dat zittende bewoners zich kunnen beroepen op huurbescherming.
Dat blijkt uit een uitspraak in hoger beroep van het gerechtshof Amsterdam. Dat bepaalde dat voormalige bewoners uit de Parooldriehoek in Amsterdam-Oost medio 2012 ten onrechte zijn ontruimd door woningcorporatie Stadgenoot en leegstandbeheerder Anti-Kraak. De bewoners gingen in beroep tegen een uitspraak van de kanonrechter dat zij, als anti-kraak bewoners, geen huurbescherming hadden. De meesten woonden al sinds 2004 in het complex.
Het gerechtshof stelt dat de overeenkomst met Anti-Kraak een gewone huurovereenkomst is en de bewoners als huurders met regulier huurrecht moeten worden beschouwd. Een extra aanwijzing daarvoor zag het Hof in de verstreken periode voor tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet. Daarmee laat het Hof weten dat als de termijn voor tijdelijke verhuur is overschreden, de oplossing niet in anti-kraakovereenkomsten (gebruiksovereenkomst) gezocht kan worden. De rechtbank heeft het betaalde maandbedrag dan ook niet als gebruiksvergoeding opgevat, maar als huurbetalingen.
Na vijf jaar tijdelijke verhuur via Stadgenoot hebben de bewoners in 2009 een anti-kraakovereenkomst ondertekend met de organisatie Anti-Kraak. De wettelijke termijn voor tijdelijke verhuur was maximaal vijf jaar (inmiddels zeven jaar). Zij betaalden als ‘gebruiker’ € 150 tot € 160 per maand. Naar verwachting konden deze bewoners daar blijven wonen totdat Stadgenoot de voorgenomen sloop alsnog zou uitvoeren. Twee jaar later is echter besloten de woningen als studentenwoningen te gaan gebruiken, omdat de voorgenomen sloop/renovatie tot 2015 werd uitgesteld. Medio 2012 zijn de bewoners, die er vaak al zeven jaar woonden, door een vonnis van de kantonrechter ontruimd. In het arrest van het Hof wordt dat vonnis vernietigd.
Omdat de voormalige bewoners van de Parooldriehoek al ontruimd zijn, kunnen zij een schadevergoeding en mogelijk een andere woonruimte claimen. De huurders haalden hun recht dankzij gefinancierde rechtsbijstand en dankzij de gebundelde steun van het Emil Blaauw Fonds, de Huurdersvereniging Amsterdam en de Woonbond om de hoge proceskostenrisico’s te dekken.
In Amsterdam en ook in andere steden zijn er complexen die al lang op de nominatie staan voor sloop of renovatie, maar waar telkens uitstel wordt gevraagd. In een aantal daarvan zitten nu nog bewoners die eerder een tijdelijk huurcontract hadden en inmiddels op basis van een anti-kraakovereenkomst (antikraak) wonen. Waarschijnlijk moeten zij op basis van deze uitspraak allemaal als huurders worden gezien.
