David van Dijk, GT: ‘De uitkomst van procedures is soms net een tombola’

Ooit was hij als ‘jonge hond’ columnist bij het Financieele Dagblad, nu is hij wereldwijd actief bij de grootste vastgoedtransacties: David van Dijk zit 30 jaar in het vak.

We spreken met David van Dijk af voor een zaterdagse lunch in een Goois restaurant. Hij is hongerig, want hij is net die ochtend uit het vliegtuig uit Washington gestapt en heeft het ontbijt gemist. Hij had donderdag en vrijdag in de VS meetings met de board. ‘Zoiets doe je niet via Teams.’
Van Dijk was dinsdagavond nog in München, waar hij tijdens de Expo Real een diner gaf voor een groep cliënten. Tijd om de beurs zelf te bezoeken was er niet, want woensdag moest hij in Washington zijn. Hij viert deze maand zijn 30-jarig jubileum. Wat houdt hem op de been? Prestige om als enige Nederlandse advocaat in Band 1 te zijn opgenomen in de categorie Real Estate van Chambers?
Als managing partner van Greenberg Traurig Nederland valt Van Dijk op vanwege zijn betrokkenheid bij de meeste internationale deals waarover PropertyNL bericht. Hij praat niet over zijn cliënten, maar in de database van PropertyNL zien we per jaar tientallen deals van bekende buitenlandse beleggers langskomen die in Nederland investeren. Van WP Carey tot First Sponsor Group, en van de aankoop door Meag van het Strawinskyhuis tot de meest spraakmakende hoteldeal: het Andaz-hotel aan de Prinsengracht in Amsterdam.
Van Dijk begon dertig jaar terug bij Boekel De Nerée. Hij viel daar direct op. PropertyNL, die toen voor het Financieele Dagblad op maandag pagina’s vastgoed verzorgde, vroeg hem als ‘jonge hond’ columns te schrijven. Hij hield zich aan de deadlines en werd ondertussen partner en leider van de vastgoedgroep. In 2010 stapte hij over naar NautaDutilh. In 2020 nam hij zijn team mee naar het Amerikaanse Greenberg Traurig, dat toen al gold als het grootste vastgoedkantoor ter wereld.

Wat drijft je om de hele wereld af te reizen en altijd ‘aan’ te staan?
‘Ik wil met de slimste mensen in high-performance teams complexe projecten doen. Daar krijg je meer energie van dan het kost.’

Hoe was je start in de wereld van Zuidas-advocaten?
‘Ik begon bij Boekel De Nerée. Dat was toen, samen met Houthoff, hét vastgoedkantoor van Nederland. Ik had de best denkbare patroon: Paul Wanders. Van hem heb ik echt geleerd wat het betekent om advocaat te zijn. We bouwden de praktijk op; Paul voorop en ik als hulpje in zijn kielzog. Samen waren we een heel sterke combi, en we hadden binnen de kortste keren een enorme praktijk. Eerst werd Paul partner en vijf jaar later ik ook.’

In 2010 volgde de overstap naar het nog deftigere Zuidas-kantoor Nauta, dat toen nog niet zo’n vastgoedpraktijk had.
‘Nauta had een ander profiel dan Boekel. Ik zou niet zeggen deftiger, maar wel internationaler. Dat paste bij de tendens in het vastgoed. Bij Nauta zag ik de kans om onze praktijk internationaal verder uit te bouwen.’

Bij Nauta ging je ook mediation doen bij de RICS (de Britse vastgoedinstelling van surveyors). Is dat niet apart voor een scherpe jurist die procedures niet schuwt?
‘Ik ben niet zo’n fan meer van procederen. Soms is er geen alternatief, en dan moet je er vol in. Maar ik probeer het te vermijden. Je wint soms zaken waarvan je dacht: die win ik nooit. Maar je verliest soms ook zaken die je dacht niet te kunnen verliezen. De uitkomst van procedures is soms een tombola. Omdat het vaak te technisch is voor de rechter; niet juridisch technisch – dat kunnen rechters wel aan – maar commercieel of financieel. Of omdat de rechter de gebruiken in de markt onvoldoende kent. Het is gewoon een heel specifieke markt en ‘je ziet het pas als je het doorhebt’, om met Cruijff te spreken. En procederen kost ook gewoon veel te veel tijd. Door mediation heb ik een andere kijk op onderhandelingen gekregen. Oplossingen aan de onderhandelingstafel zijn bijna altijd beter dan procedures. Je leert hoe je een compromis bereikt als partijen het fundamenteel oneens zijn. Daar heb ik in transacties veel aan.’

In 2020 volgde je overstap naar Greenberg Traurig, samen met je team. GT is wereldwijd veel groter, maar in het Nederlandse vastgoed had je inmiddels bij Nauta meer opgebouwd.
‘Ik was niet van plan om bij Nauta te vertrekken, maar Greenberg Traurig belde. Het is het grootste vastgoedkantoor ter wereld, met een omzet van meer dan $ 3 mrd en meer dan vijftig kantoren wereldwijd. Voor een team zoals wij, dat vooral internationale cliënten bedient, is zo’n kantoor ideaal. Het was een beetje hetzelfde idee als mijn overstap van Boekel naar Nauta, maar dan ‘on steroids’. GT is een enorm powerhouse. We kunnen cliënten overal ter wereld letterlijk 24/7 dezelfde kwaliteit bieden en hebben overal specialisten die de lokale markt kennen. Ik houd ook van de Amerikaanse mindset met een extreme high-energy cultuur.’

Is dat niet de harde, zakelijke cultuur waar mensen op de Zuidas op stuklopen?
‘Het is harder dan in de Nederlandse markt gebruikelijk is, maar ik zie achter de Amerikaanse mindset ook een heel sterke menselijke kant, met juist veel meer empathie en respect voor de ander. Door als organisatie meer van elkaar te verwachten ontstaat er meer succes, en daardoor ontstaat er juist ook meer ruimte voor empathie en zorg voor de ander waar dat écht op z’n plaats is.’

Zijn er nog andere verschillen tussen Amerikaanse kantoren zoals Greenberg Traurig en Nederlandse?
‘Grote Amerikaanse kantoren werken meer met senior mensen en minder met juniors. Bij Amerikaanse kantoren zijn partners veel meer zelf hands-on betrokken bij deals. Nederlandse kantoren bouwen een piramide met veel juniors en weinig seniors. Bij ons is dat juist andersom. De internationale markt wil aandacht van seniors. Cliënten hebben geen zin om onze juniors op te leiden. Doordat we minder met juniors werken kunnen we ook kritischer zijn op de kwaliteit van de juniors de we wél aannemen en hebben we meer aandacht voor die mensen in hun opleiding.’

Welke andere effecten heeft de internationalisering op de Nederlandse markt?
‘Bij ons komt meer dan 95% van het werk van buitenlandse beleggers en investment managers. Vroeger was een deal van meer dan € 25 mln uitzonderlijk. Nu zijn de tickets vaak vele malen groter. Dat betekent ook dat structuren complexer worden. Buitenlandse beleggers brengen hun eigen eisen, fondsstructuren en financieringsvormen mee. Als advocaat moet je die internationale praktijk begrijpen en die vertalen naar de Nederlandse praktijk.’

Als ik kijk in onze database met beleggingstransacties, dan valt op dat jullie vaak optreden voor kopers. Heeft dat een speciale reden?
‘Ja. We treden ook wel op voor verkopers, maar we zitten liever in de opbouw dan in de uitverkoop. Het werk voor kopers vinden we doorgaans interessanter. Bij een aankoop doe je de hele due diligence en vaak ook de levering. Ook het onderhandelingsproces is voor een koper intensiever, bijvoorbeeld omdat de inhoud van de SPA (koopovereenkomst; red.) moet aansluiten op de resultaten van het due-diligence onderzoek. Als je voor een verkoper optreedt, heb je die zorg niet. Een verkoop kan worden begeleid door één advocaat. Voor een aankoop heb je een team van circa tien specialisten nodig.’

Veel beleggers kiezen niet het kantoor, maar de advocaat. Heb je dan genoeg aan het uithangbord GT?
‘Het merk Greenberg Traurig is wereldwijd veel sterker dan ik. En onze cliënten zitten hoofdzakelijk in het buitenland. Het internationale netwerk van een kantoor is daarom extreem belangrijk. Een factor die overigens nog veel belangrijker is, is de kwaliteit van het team in Nederland. We hebben door de jaren heen een sterk team opgebouwd, met enorm ervaren mensen die al heel lang samenwerken en die allemaal dezelfde mindset hebben. Cliënten komen niet meer voor mij, maar juist ook voor die andere mensen in het team.’

Aan de rondetafelgesprekken van PropertyNL met de beste vastgoedjuristen hebben behalve jij ook Coco van Zuiden, Simone Wijngaard en Alexander van Hövel van GT meegewerkt. Uit die gesprekken blijkt dat het een kleine markt is, waarin veel juristen elkaar kennen. Soms omdat ze samen optrekken, soms omdat ze tegenover elkaar staan. Hoe is dat?
‘Dat is een groot voordeel. Ook als we in een deal aan verschillende kanten zitten, is het efficiënter als je elkaar goed kent en weet wat je aan elkaar hebt. Er is een hele generatie van mensen die als het ware met elkaar zijn ‘opgegroeid’, en samen talloze deals hebben gedaan. Dan hoef je niet iedere keer over allerlei simpele punten te onderhandelen waarover je al honderd keer eerder hebt onderhandeld. Bij jongere advocaten zie je soms nog wel eens dat ze de hele dans willen overdoen, om zichzelf te bewijzen als harde onderhandelaar. Daar bereik je in de praktijk minder mee, en het is zonde van de tijd. Moderne transactieprocessen zijn al complex genoeg. Dan heb je liever geen ‘moeilijkdoenerij’ voor de vorm, maar focus op de onderwerpen die er echt toe doen.’

Voel je na dertig jaar nog steeds dezelfde uitdaging?
‘Eigenlijk nog meer dan vroeger. De praktijk en de transacties zijn veel groter geworden, en geen twee deals zijn hetzelfde. De markt en de regelgeving veranderen constant, en er komen steeds nieuwe cliënten bij. Mijn eigen rol is door de tijd ook veranderd. Ik kijk waar ik de meeste meerwaarde kan bieden. Soms is dat in de lead, maar vaker is dat op de achtergrond, als sparringpartner voor andere partners of de cliënt. Verder ben ik voor het kantoor veel in het buitenland, vooral in Londen, Duitsland, en regelmatig de VS.’

Sommigen vinden het vak wel leuk, maar zijn geen liefhebber van het vele reizen.
‘Dat snap ik, maar het hoort erbij. Gelukkig heb ik ‘Global Entry’. Dan passeer je in de VS fluitend alle rijen voor de douane. We werken veel samen op internationale projecten, en dan is het goed om dat niet alleen via de mail of Zoom te doen, maar de teams in de andere landen echt goed te kennen, dus elkaar in persoon zien.’

Voorwaarde hiervoor is een goede conditie. Je bent nu 55. Wil je net zoals Cor van Zadelhoff de honderd passeren?
‘Natuurlijk. Ik ben bijna iedere dag wel in de gym, ook in hotels. Ik drink geen alcohol en ik probeer minimaal 8 uur per nacht slaap te pakken. En als ik tijd heb, klim ik. Ik probeer ieder jaar de Mont Blanc te beklimmen. Dat is een mooi ijkpunt. Als dat lukt, weet ik dat ik goed bezig ben en kan ik weer een jaar vooruit.’

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 10, 23 oktober 2026

img
Hoofdredacteur
Profiel

Laatste nieuws

Evenementen