Uitspraak Raad van State belangrijk voor wijziging bestemmingsplannen

DEN HAAG - De Raad van State heeft bandengroothandel Mast bv onlangs in het gelijk in een conflict met de gemeente Capelle aan den IJssel. Voor de nieuwe woningbouwlocatie Oeverrijk wijzigde de gemeente het bestemmingsplan: een weiland werd woonwijk. Sommige woningen zouden slechts 20 meter van de loods van Mast komen te staan en het bedrijf tekende daar bezwaar tegen aan omdat advies- en ingenieursbureau Lichtveld Buis & Partners (LBP) een minimum van 50 meter nodig achtte.

DEN HAAG - De Raad van State heeft bandengroothandel Mast bv onlangs in het gelijk in een conflict met de gemeente Capelle aan den IJssel. Voor de nieuwe woningbouwlocatie Oeverrijk wijzigde de gemeente het bestemmingsplan: een weiland werd woonwijk. Sommige woningen zouden slechts 20 meter van de loods van Mast komen te staan en het bedrijf tekende daar bezwaar tegen aan omdat advies- en ingenieursbureau Lichtveld Buis & Partners (LBP) een minimum van 50 meter nodig achtte.

Uit metingen en berekeningen van LBP bleek dat de woningen op minstens vijftig meter gebouwd zouden moeten worden om het bedrijf ‘niet onnodig te belemmeren’ in de bedrijfsvoering. Toch keurde zowel de gemeente als de provincie het bestemmingsplan goed, zonder zelf nader onderzoek te doen. LBP maakte daarop de zaak aanhangig bij de Raad van State.
Volgens VNG-richtlijnen uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ mogen nieuwe woningen in dit geval niet worden gebouwd op minder dan 30 meter. Wel mag onder bepaalde omstandigheden nog een correctie worden toegepast van 10 meter. Maar die moet dan wel goed worden onderbouwd. En dat heeft de gemeente niet gedaan, oordeelde de Raad van State.
Een contra-expertise door de adviseur van de Raad van State, de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, bevestigde dat de gemeenteraad en de provincie verkeerde uitgangspunten hebben gehanteerd. Met name de beoordeling van de geluidseffecten op de fysieke leefomgeving is tekortgeschoten.
Gemeente en provincie hebben onvoldoende in kaart gebracht wat voor Mast de ‘akoestische’ gevolgen van het plan zijn, zowel voor de bedrijfsvoering als financieel. De Raad van State concludeert daarom in zijn uitspraak dat er een ‘veiligheidszone’ van 30 meter rond het bedrijf vrijgehouden moet worden en zet dus een streep door het bestemmingsplan.
Hans Geleijns van LBP noemt de uitspraak van groot belang, voor zowel overheden als bedrijven: 'Gemeenten zijn immers niet verplicht ondernemers op de hoogte te brengen van wijzigingen in de omgeving, zoals een aanpassing van het bestemmingsplan. Die veranderingen kunnen voor bedrijven enorme gevolgen hebben. De uitspraak geeft beide partijen duidelijkheid over hoe dat precies moet gebeuren.'