AMSTERDAM - De meeste gemeenten weigeren hun grondprijzen te verlagen. Hierdoor is het voor projectontwikkelaars lastig om de huizenprijzen van nieuwbouwwoningen te verlagen, waardoor de verkoop daalt en de nieuwbouw stagneert. Dit concludeert onderzoeksbureau Rigo, dat in opdracht van de Vereniging Eigen Huis (VEH) onderzoek heeft gedaan in 25 gemeenten.
AMSTERDAM - De meeste gemeenten weigeren hun grondprijzen te verlagen. Hierdoor is het voor projectontwikkelaars lastig om de huizenprijzen van nieuwbouwwoningen te verlagen, waardoor de verkoop daalt en de nieuwbouw stagneert. Dit concludeert onderzoeksbureau Rigo, dat in opdracht van de Vereniging Eigen Huis (VEH) onderzoek heeft gedaan in 25 gemeenten.
Volgens de Volkskrant heeft 40 procent van de onderzochte gemeenten de grondprijs in 2009 tussen de 2 en 4 procent verhoogd. 25 procent heeft de grondprijs bevroren. Slechts eenderde van de gemeenten laat de grondprijs dalen met de huizenprijs.
Doordat gemeenten aan een hoge grondprijs vasthouden, zal het verschil tussen de prijs van een nieuwbouwwoning en een bestaande woning oplopen, denkt Rigo. Om ervoor te zorgen dat de prijzen van nieuwbouwwoningen in gelijke mate dalen als de prijzen van bestaande woningen moeten gemeenten de grondprijs met ongeveer 10 procent verlagen. Voor de gemeenten zal dit een inkomstendaling betekenen, constateert Rigo, maar als de grondprijs niet daalt, worden minder projecten in uitvoering genomen.
De meeste gemeenten berekenen de grondprijs met de residuele methode. Ze vragen projectontwikkelaars plannen te ontwikkelen voor een stuk grond, vervolgens vragen ze aan enkele makelaars wat de geplande woningen opleveren. Van het totaalbedrag trekken ze de bouwkosten af en blijft de grondprijs over.
