Kabinet herziet Huisvestingswet

DEN HAAG - Het kabinet heeft op voorstel van Minister van der Laan voor Wonen, Wijken en Integratie ingestemd met het aanpassen van de Huisvestingswet. Door het verplicht stellen van een huisvestingsvergunning kan een gemeente in de toekomst controle uitoefenen op de verdeling van de voorraad goedkope woningen.

DEN HAAG - Het kabinet heeft op voorstel van Minister van der Laan voor Wonen, Wijken en Integratie ingestemd met het aanpassen van de Huisvestingswet. Door het verplicht stellen van een huisvestingsvergunning kan een gemeente in de toekomst controle uitoefenen op de verdeling van de voorraad goedkope woningen.

Gemeenten kunnen gebruik maken van de wet om woningen toe te wijzen aan mensen met een beperkt inkomen die door schaarste moeilijk aan een goedkope woning komen, maar ook wanneer er sprake is van leefbaarheidsproblemen. Het toezicht en de handhaving van de Huisvestingswet worden aangepast zodat gemeenten bij overtreding een boete kunnen opleggen aan zowel de verhuurder als de huurder.
Gemeenten moeten zelf aantonen en onderbouwen dat er sprake is van een onrechtvaardige en onevenwichtige verdeling van woonruimte en dit bespreken met betrokken partijen zoals corporaties en bewonersorganisaties. De verordening moet worden afgestemd met de gemeenten binnen de regio en worden vastgesteld in de gemeenteraad. In de wet is geen vaste prijsgrens opgenomen om zo rekening te houden met lokale verschillen.
Gemeenten mogen voortaan alleen nog economische en maatschappelijk bindingseisen stellen aan mensen die een woning zoeken als de bouwmogelijkheden zo beperkt zijn dat de eigen bewoners geen kans op een woning hebben. Wanneer gemeenten gebruik maken van een huisvestingsverordening zal dat altijd een tijdelijke maatregel zijn. Gemeenten kunnen voor maximaal vier jaar een verordening instellen. Daarna moeten zij de maatregel evalueren en een nieuwe huisvestingsverordening onderbouwen.