Van de kantooropname in 2012 blijkt 51% gerealiseerd in kansrijke kantoren, 44% in kanshebbende en 5% in kansarm vastgoed.
De verhuurkans van een kantoor dat aan de markt wordt aangeboden, wordt groter naarmate het beter scoort op zowel de marktspecifieke, locatiespecifieke als objectspecifieke kenmerken.
Op 1 januari 2013 werd 7,9 mln m² kantoorruimte aan de markt aangeboden. DTZ Zadelhoff bestempelde 16% hiervan als kansrijk (1,3 mln m²), 49% als kanshebbend (3,8 mln m²) en 35% als kansarm (2,8 mln m²). Het kansarme aanbod stijgt ten opzichte van vorig jaar met 7%. Dit wordt veroorzaakt doordat een deel van het kanshebbende aanbod van vorig jaar nu drie jaar of langer wordt aangeboden en daardoor als kansarm wordt gekwalificeerd. Het aandeel kansrijk aanbod is ten opzichte van vorig jaar licht gedaald. Dit wordt veroorzaakt doordat veel transacties van afgelopen jaar uit dit segment afkomstig zijn en doordat weinig nieuw en bestaand kansrijk aanbod op de markt beschikbaar komt.
Deze ontwikkelingen kunnen ook worden geïllustreerd aan de hand van de grootste kantoortransacties van afgelopen jaar. Elf kantoren uit de top-20 van grootste kantoortransacties werden vooraf als kansrijk bestempeld, acht kantoren als kanshebbend en één kantoor als kansarm.
Het ‘Convenant aanpak leegstand kantoren’ heeft als hoofddoel het realiseren van een goed functionerende kantorenmarkt. Volgens het convenant is bij ruimtelijke ordening een regierol weggelegd voor provincies. De VastgoedVisiekaart 2013 van DTZ geeft de driedeling per provincie in Nederland weer. Het is duidelijk dat de schaal van de problematiek per provincie enorm verschilt en dat in de Randstad de problemen in absolute zin het grootst zijn. Dat is natuurlijk te verklaren doordat het zwaartepunt van de Nederlandse kantorenvoorraad in deze drie provincies ligt. Toch zien we hier dat de verhouding tussen aanbod en opname in het kansrijke segment in deze provincies veel gunstiger is dan de verhouding in het kanshebbende of kansarme segment. Kansrijk aanbod wordt zelfs steeds schaarser. Met deze wetenschap liggen er, ook in de huidige markt, kansen om te investeren in kanshebbend vastgoed, dat door een kwaliteitsimpuls naar kansrijk vastgoed kan worden getransformeerd.
Met de driedeling is aangetoond dat het van groot belang is de kantorenmarkt niet over één kam te scheren, maar oog te hebben voor de kwalitatieve verschillen in het aanbod.







